Wagner – Lohengrin

Lohengrin is een van de vroegste opera’s van de  Duitse componist Richard Wagner (1813 – 1883). Hij baseerde de opera op een middeleeuws verhaal van dichter en minnezanger Wolfram Eschenbach (1170 – 1220). Het werk ging in 1850 in Weimar in première onder leiding van pianist en componist Franz Liszt (1811 – 1886), die tevens Wagners schoonvader was en een groot bewonderaar van zijn muziek.  Het was Wagners laatste grote romantische opera. Echt romantisch zijn de middeleeuwse sfeer en de figuur van de Zwaanridder. Deze bepaalt als een hoger wezen het lot van de hoofdpersonen. Zijn naam moet geheim blijven: een typisch sprookjesthema. De opera herbergt tevens de tegenstellingen tussen christenen en heidenen.

Elsa wordt beschuldigd dat ze haar broer Gottfried zou hebben vermoord. Zij zal worden berecht. Als zij God om hulp vraagt verschijnt aan de horizon in een bootje voortgetrokken door een zwaan een onbekende ridder. Deze verdedigt haar in een gevecht. Elsa en de ridder worden verliefd en gaan trouwen. Elsa mag hem echter nooit om zijn naam vragen. Als ze dat toch doet maakt hij zich bekend als Graalridder Lohengrin. Nadat hij  Gottfried heeft terug laten komen verlaat Lohingrin zijn geliefde. Hij kondigt Gottfried aan als toekomstig leider van een verdeeld volk. (Een idee van Duitsland als een eenheid sluit aan bij Wagners politieke opvattingen). Het werk eindigt in een onvervalste tragedie.

De opera wordt gekenmerkt door rijke melodieën en fraaie koren (zoals het Bruidskoor Treulich geführt). Ondanks de vele modulaties blijft de tonaliteit in het werk belangrijk. De voorspelen uit de aktes 1 en 3 zijn populair en worden vaak als zelfstandige stukken uitgevoerd. Het Bruidskoor uit de 3e akte is zeer geliefd, evenals de aria’s ‘ Einsam in truben Tagen’ , ‘ In Fernem Land’ , ‘ Ziehet Dahin’ , ‘ Das süsse Lied verhallt.’

WAGNER LOHENGRIN NUMMER 550