Bach – Drie zonen

Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) had een groot gezin, waaronder een aantal zeer talentvolle zonen die later eveneens componist zouden worden. We noemen Johann Christian, Carl Phillipp Emanuel en Wilhelm Friedemann.

Wilhelm Friedemann (1710 – 1784) (zie afbeelding boven) was de oudste zoon. Hij was leerling van de Tomasschool in Leipzig, waar zijn vader leraar was. Het was een begaafd kind. Hij studeerde muziek en wiskunde. Friedemann werd cantor en organist in Dresden. Toen hij in 1774 naar Berlijn verhuisde noemde men hem de grootste organist van zijn tijd. Na een periode in Halle werkzaam te zijn geweest werd hij zelfstandig musicus. Wilhelm Friedemann Bach is een typische overgangscomponist. Hij was sterk beïnvloed door het werk van zijn vader. Hij kan gerekend worden tot de voorbereiders van de klassieke periode, en misschien zelfs van de Romantiek. De gevoelsexpressie, die voor het componeren in zijn tijd zo typerend was, is een belangrijk kenmerk van zijn stijl. Hij componeerde o.a. cantates, waaronder Gott fähret auf , orgelwerken, sinfonia’s, en klavecimbelconcerten. (Friedemann leidde een losbandig leven. Om uit geldzorgen te raken verkocht hij manuscripten van zijn vader. Hij stierf onder erbarmelijke omstandigheden.) 

Carl Philipp Emanuel Bach (1714 – 1788) was de tweede zoon. In zijn tijd was hij een hoogstaand musicus en componist. Hij werd door sommigen zelfs meer gewaardeerd dan zijn vader! Zijn manier van componeren laat ons zowel muziek uit de Barok horen als muziek uit de beginnende Klassieke periode, met hier en daar zelfs een snufje Romantiek. Carl Philipp had de bijnaam Berlijnse Bach of Hamburgse Bach. Zijn basisopleiding kreeg hij eveneens aan de Thomasschool in Leipzig waar hij les kreeg van zijn vader. Daarnaast studeerde hij nog rechten. Toen Peter de Grote de troon besteeg, werd hij aangesteld als kapelmeester aan het Berlijnse hof. Na zijn ontslag volgde hij Telemann op als muziekdirecteur in Hamburg. Carl Philipp Emanuel Bach wordt wel de eerste romanticus genoemd. Al ruim voor Haydn schreef hij symfonietjes waar hij driedeligheid in bracht. Dat Carl Philipp Emanuel zich reeds met één been in het Classicisme bewoog, bewees het feit dat hij langzaam het basso continuo weg liet (het meespelen van akkoorden op de klavecimbel met versterking van een cello). Ook wilde hij de menselijke hartstochten overbrengen in zijn muziek. Pure romantiek dus! Composities: Symfonieën, sonates, een mooi Celloconcert in A, maar liefst 50 Pianoconcerten en niet te vergeten een prachtig Magnificat.

Johann Cristian (1735 1782) was het laatste kind van Johann Sebastian Bach en Anna Magdalena. Hij kreeg les van zijn vader en na diens overlijden in 1750 van zijn 21 jaar oudere broer Carl Philipp Emanuel, met wie hij vanaf 1750 samenwoonde in Berlijn. Johann Christian verbleef van 1754 tot 1762 in Italië. Hij bekeerde zich daar tot het katholieke geloof en werd organist van de kathedraal van Milaan. In 1762 vestigde hij zich in Londen, op dat moment het centrum van de opera. In de jaren die volgden werd hij een van de belangrijkste musici van de Engelse hoofdstad. Aan de oever van de Theems luisterde men naar zijn concerten. Geliefd is nog steeds het Concert voor hammerklavier en strijkorkest met variaties over God save the Queen. Verder schreef hij bijna 100 symfonieën, waaronder symfonieën voor dubbelorkest opus 18.  Zijn opera’s beleefden in Engeland grote successen. In 1765 raakte de achtjarige Mozart met hem bevriend. Zijn bijnamen dankt hij aan de steden waar hij werkte: Milanese Bach en Londense Bach. Kenmerkend voor Bachs schrijfwijze was de lyrische melodiek met een duidelijke Italiaanse inslag. Johann Christian componeerde veel wereldlijke muziek, dit in tegenstelling tot bovengenoemde broers, die zich meer aangetrokken voelden tot sacrale muziek.

BACH DRIE ZONEN NUMMER 466