Schumann – Dichterliebe

De Duitse componist Robert Schumann (1810-1856) was een literair musicus, maar had evengoed een muzikaal dichter kunnen zijn. Rond 1840 componeerde hij maar liefst honderdvijftig liederen waarvan de meeste werden opgedragen aan zijn vrouw Clara met wie hij in 1840 trouwde.

Er school een tragisch figuur in de componist; was eerst zijn rechter ringvinger verlamd geraakt na een mislukt experiment waardoor hij zijn pianocarrière moest opgeven, in 1854 begon hij waanvoorstellingen te krijgen. Tijdens zo’n aanval sprong Schumann in de Rijn om zelfmoord te plegen, maar werd hij gered door toegesnelde vissers. Twee jaar later stierf Schumann in een krankzinnigengesticht.

De meeste liederen die Schumann aan zijn vrouw Clara opdroeg, waren getoonzet op gedichten van de Heinrich Heine (1797-1856). Er verschenen in 1840 maar liefst drie liederencycli waarvan  Dichterliebe voor piano en mannenstem verreweg de bekendste is geworden.

De zestien liederen uit Dichterliebe zijn pure romantiek. Met een snik en een traan wordt de liefde en de natuur bezongen. De gedichten zijn afkomstig uit Heinrich Heine’s ‘Das Buch der Lieder’ en vertellen over een ongelukkige liefdesgeschiedenis. Het is wonderbaarlijk te noemen dat Schumann de zestien liederen van deze cyclus in slechts enkele dagen componeerde. Bovendien schreef hij in dezelfde maand de twaalf liederen van zijn andere cyclus, Liederkreis.  Opvallend is de aard van de pianopartij; deze is allerminst ondergeschikt aan het geheel. Bijvoorbeeld het negende lied Das ist ein Flöten und Geigen waarin de piano meezingt door de geluiden van een bruidsdans te spelen.

Dichterliebe wordt gewoonlijk door een mannenstem gezongen. Zeer geslaagde uitvoeringen zijn te beluisteren door de zangers Dietrich Fischer-Dieskau, Fritz Wunderlich en Matthias Goerne. Toch zijn er wel degelijk zangeressen die de liedcyclus op hun repertoire hebben staan. En als we de geschiedenis moeten geloven was het werk eigenlijk bedoelt voor vrouwenstem… Zo zou de beroemde Duitse zangeres Wilhelmine Schröder-Devrient, hartsvriendin van Clara Schumann, als een van de eersten de liedcyclus gezongen hebben.

Enkele liederen uit Dichterliebe: Im wunderschönen Mai, Die Rose die Lilie die Taube die Sonne, Am leuchtenden Sommermorgen, Die alten bösen Lieder, Ich grolle nicht, Ein Jüngling liebt ein Mädchen, Ich hab im Traum geweinet, Aus meinem Tränen spreissen.

SCHUMANN DICHTERLIEBE NUMMER 045