Bartók – Altvioolconcert

Eind 1944 kreeg de in armoe verkerende en zieke Béla Bartók (1881-1945) de opdracht om een altvioolconcert te schrijven. Hij was Hongarije ontvlucht en woonde in Amerika. In de zelfde tijd dat hij aan zijn Altvioolconcert werkte was hij bezig met het voltooien van zijn Pianoconcert 3. Het Altvioolconcert heeft hij niet kunnen voltooien. Een leerling, tevens zijn vriend maakte het af. Niet iedereen bleek gelukkig met het resultaat. Men keerde terug naar de orginele schetsen van de componist.

Het Altvioolconcert, dat pas in 1949 zijn première beleefde, werd niet bijster enthousiast ontvangen. Men vond dat het stuk bij lange na niet de grote werken van Bartók benaderde, waaronder het machtige Concert voor orkest.

Inmiddels heeft het Altvioolconcert zijn weg gevonden en wordt het regelmatig uitgevoerd door ’s werelds grootste altviolisten. Andere componisten die een altvioolconcert schreven waren o.a. Telemann, Walton, Hindemith en J.C.Bach. De Duitser Max Bruch schreef een mooie romance voor altviool en orkest.

Het concert bestaat uit drie delen: moderato  – adagio – vivace. Het eerste deel begint met een zigeunerachtige melodie gespeeld door de altviool alleen. Het gehele eerste deel voelt wat mistroostig, zelfs kil aan. Ook het tweede deel klinkt allesbehalve vrolijk. Pas in het derde deel komt Bartók ouderwets los, al is het maar voor even. Men hoort flarden van volksmelodieën uit zijn vaderland Hongarije, agressie, en een flinke portie virtuositeit. Het is voor velen een behoorlijke klus om aan Bartók te beginnen. Zijn muziek, die vaak een aanklacht tegen de oorlog met zich meedraagt, is niet alleen muziek tegen het onrecht, maar is ook een vlucht uit de romantiek. Het grote publiek kon tijdens zijn leven maar weinig waardering opbrengen voor zijn muziek. Men vond de ritmes te ingewikkeld en de muziek atonaal. Maar eenmaal met Béla Bartók bekend, laat hij je nimmer meer los.

BARTOK ALTVIOOLCONCERT NUMMER 388