Mozart – Klarinetkwintet

Toen Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) zijn Klarinetkwintet schreef, zag zijn leven er allesbehalve rooskleurig uit. Mozart werd gekweld door ziekte en armoede en voor het grote publiek leek hij niet meer te bestaan. Toch zijn veel van zijn beste werken juist in deze tijd ontstaan.

Het Klarinetkwintet in A majeur KV 581, dat bestaat uit klarinet, twee violen, altviool en cello, schreef Mozart in 1789 voor de meester-klarinettist Anton Stadler, dezelfde klarinettist waar hij zijn beroemde Klarinetconcert in A KV 622 voor schreef. Het Klarinetkwintet is de geschiedenis ingegaan als een van de meest geliefde stukken kamermuziek. Eerder, in 1786 schreef Mozart een Trio voor klarinet, piano en altviool KV 498, ook wel genoemd het Kegelstatt Trio (Mozart deed zijn inspiratie op tijdens een partijtje kegelen.)

Na zich jarenlang als freelancer op de been te hebben gehouden, werd Mozart in 1787 benoemd tot keizerlijk hof componist in Wenen. Ondanks de status die bij deze functie hoorde, ging Mozart er financieel en artistiek nauwelijks op vooruit. Met het geld dat hij als hof componist verdiende, kon hij amper zijn huur betalen, en veel meer dan het schrijven van menuetten en andere dansen voor de hofbals werd er niet van hem verlangd. Vanwege zijn nijpende financiële situatie was Mozart gedwongen in 1788 te verhuizen vanuit het centrum van Wenen nabij de Stephansdom naar een van de buitenwijken. Enkele weken later overleed zijn dochtertje Theresia.

Maar ondanks deze tegenslagen, liet Mozarts inspiratie hem niet in de steek. In een tijdsbestek van amper zes weken componeerde hij zijn drie laatste symfonieën met KV nummers 543, 550 en 551 (Jupiter). In zijn sterfjaar 1791 schreef hij zowel het ontroerende Klarinetconcert in A KV 622 als zijn laatste meesterwerk het Requiem KV 626.

MOZART KLARINETKWINTET NUMMER 422