Brahms – Vioolconcert

Tot zijn twintigste verbleef Johannes Brahms (1833-1897) in de sloppenwijken van zijn geboortestad Hamburg. Zijn vader was contrabassist. Als tiener speelde hij zelfgeschreven pianodeuntjes in cafés. Met zijn arrangementen en composities, alsmede zijn optredens als wonderkind verdiende hij voor het gezin een centje bij. Hij ging om met het laagste volk van het havenkwartier en woonde in een buurt waar veel draaide om alcohol en prostitutie. Maar het geluk zat Brahms mee; hij ontmoette op tijd de juiste mensen en kon zijn pianocarrière opbouwen. Brahms kon zo de stinkende straten met hun donkere, hokkige woningen verlaten en deze verruilen voor de Duitse cultuursteden, om uiteindelijk te belanden in de muziekstad Wenen.

Vanwege de symfonische opzet van dit Vioolconcert in D opus 77 uit 1878, past het uitstekend bij de vioolconcerten van Beethoven en Tsjaikovski. Het was een eerbetoon aan een vriendschap van vele jaren met de Hongaarse meester violist Joseph Joachim (1831 – 1907). Hij droeg het werk dan ook aan hem op. Tijdens het componeren vroeg de pianist Brahms aan zijn vriend dikwijls om adviezen (die hij vervolgens nogal eens in de wind sloeg). Zijn inspiratie haalde Brahms uit het Vioolconcert in a mineur van Viotti (1755-1824) dat hij talloze keren door zijn Joachim had laten voorspelen.

De drie delen: Allegro – Adagio – Allegro. Een donker klinkend symfonieorkest opent met flarden van het hoofdthema dat later door het solo-instrument wordt uitgebreid en afgerond. Echter niet voordat de violist zijn kunsten als virtuoos moet vertonen, wat als een kenmerk van de romantiek beschouwd kan worden. Het  tweede deel begint heel voorzichtig, bijna mysterieus. In een zeer langzaam tempo bereiden houtblazers het volgende vioolthema voor. En dan, plotseling, is daar het klapstuk van het concert: een energiek, haast agressief thema ingezet door de viool en direct beantwoord door het orkest. Een temperamentvol rondo met Hongaarse trekken, waarbij de viool direct met het vurige hoofdthema inzet. Een geweldige en onstuimige finale dat het publiek wakker schudt na het dromerige eerste deel.

Niet iedereen was gelukkig met het concert. Violisten vonden het onspeelbaar en critici noemden het zelfs een werk tegen de viool inplaats van voor de viool.

BRAHMS VIOOLCONCERT NUMMER 020