Franck – Trois Chorals

De in Luik geboren César Franck (1822-1890) was aanvankelijk pianist, en niet de minste ook! Franck was 8 jaar toen zijn vader, een bankier, hem liet inschrijven aan het conservatorium in Luik. Hij blonk uit in piano, harmonieleer en solfège, en won daarmee verschillende prijzen. Vader organiseerde in grote Europese steden concerten voor zijn wonderkind. In 1835 verhuisde het gezin naar Parijs waar de jonge Franck zich liet inschrijven aan het conservatorium aldaar. Toen hij op zestienjarige leeftijd met een pianowedstrijd meedeed stak hij met kop en schouders boven zijn medeleerlingen uit. In 1845 verbrak hij de verbintenis met zijn vader.

Vanaf 1845 was hij werkzaam als organist. Hij verbeterde het pedaalgebruik en viel op door zijn geweldige improvisatiekunst. In 1859 werd hij benoemd tot organist van de basiliek Sainte-Clothilde waar hij het beroemde instrument van orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll  bespeelde.

In zijn laatste levensdagen schreef Franck zijn beroemde Trois chorals pour grand orgue (1890). Inmiddels behoort deze orgelcompositie tot de allerhoogste vorm van orgelliteratuur. Het werk wordt gekenmerkt door religieuze plechtigheid. Letterlijk schreef Franck in zijn brieven en dagboeken: ‘Alvorens te sterven zal ik de goede God eren met een aantal Chorals, zoals Bach dat deed, maar dan op een andere manier’. De Trois chorals zijn verregaande fantasieën op eigen thema’s. En als je als leek goed luistert, is het alsof je een symfonieorkest hoort, compleet met strijkers, houtblazers en trompetten. Een ander hoogtepunt uit Francks orgelwerken is  Grand pièce symphonique uit 1862.

FRANCK TROIS CHORALS NUMMER 463