Brahms – Altrapsodie

Zijn leven lang omringde de Duitse componist Johannes Brahms (1833-1897) zich met vrouwelijk schoon. In het begin van zijn loopbaan, toen hij nog als barpianist in het havenkwartier van Hamburg werkte, had hij aan vrouwen geen gebrek. Later, toen Brahms in betere kringen verkeerde, werd de pianiste Clara Schumann zijn grootste vriendin. Het was echter niet Clara waar Brahms zijn oog op had laten vallen, maar haar dochter Julia waar hij verliefd op werd en waar hij – overigens tevergeefs – een bruidslied voor schreef, de Altrapsodie (1869).

Dagboeken liegen meestal niet. Vandaar dat veel bekend is over de herkomst van de Altrapsodie. In haar dagboek schrijft Clara Schumann, de weduwe van componist Robert Schumann, dat Johannses Brahms stapel is op haar dochter Julia. Wanneer Brahms verneemt dat Julia gaat trouwen, is hij geheel van slag. Kort voor de bruiloft laat Brahms aan Clara zijn bruidslied horen. ‘Een prachtig stuk voor alt, mannenkoor en orkest’, noteert Clara in haar dagboek.

De tekst van Altrapsodie is van Wolfgang von Goethe uit zijn Härzreise, waarin een eenzaam mens geschilderd wordt. Brahms maakt er een meeslepend werk van, met een ragfijne klank. Elke massaliteit ontbreekt. Trompetten, trombones en pauken zijn weggelaten en net als in het Deutsches requiem spelen strijkers op sommige momenten gedempt. Brahms moet zich tijdens het componeren van dit werk wel erg terneergeslagen gevoeld hebben. Aan het einde van het klaaglied laat Brahms het mannenkoor de droefheid plaatsmaken voor hoop en troost.

Behalve dit zeer gevoelige koorwerk schreef Brahms meerdere vocale werken, waaronder driehonderd liederen voor solostem en piano. Daarnaast schreef de componist, die een uitgesproken voorliefde voor het oude Duitse volkslied had, talloze zangduetten en zangkwartetten.

Sublieme opnamen van de Altrapsodie zijn gemaakt door de alten Kathleen Ferrier (Eng) en Aafje Heynis (Ned).

BRAHMS ALTRAPSODIE NUMMER 080