Poulenc – Stabat Mater

In de persoon van de Franse componist Francis Poulenc (1899-1963) huisden twee naturen: die van lichtzinnig componist en schrijver ter ere van God. Diep ernstige muziek schreef Poulenc zoals het Gloria en Stabat Mater, maar ook louter vermaak of amusementsmuziek. Geen atonaliteit of intellectueel gedoe, maar gewoon muziek om alle mensen mee te verblijden, een afspraak die hij gemaakt had met de ‘Groupe des Six’, een componistengroep die waarde hechtte aan melodische en eenvoudige muziek en… humor! Zo schreef hij in 1924 Les biches (de Liefjes), een zeer melodieus werk voor ballet waarmee Poulenc zijn internationale roem vestigde. Inmiddels beschouwt men Poulenc tot één van de belangrijkste moderne componisten van Frankrijk.

Poulenc was religieus geworden na een hartstistand van zijn vriend de ontwerper Christian Bérard. Voor hem schreef hij in 1950 het Stabat Mater (van oorsprong: staande moeder onder het kruis van haar stervende zoon). Eerst dacht Poulenc erover om een requiem te schrijven,  maar dat vond hij wel wat ver gaan en bovendien was hij bang dat dit een te pompeus werk zou worden. Later noemde hij zijn Stabat Mater ´Requiem zonder wanhoop.´ Hij zou de ziel van zijn overleden vriend onder  bescherming brengen van de Zwarte Madonna van  Rocamadour.  Poulencs Stabat Mater kent 12 delen en is geschreven voor sopraansolo, koor en orkest. De compositie werd in Amerika bekroond met een award voor het beste koorwerk van het jaar (1951). Het werk duurt ca een half uur.

Op veertigjarige leeftijd schreef Poulenc zijn eerste geestelijke werk. Het was vooral de oude kerkmuziek van Claudio Monteverdi (1567-1643) die hem inspireerde. Het werk herbergt zowel stralende eenvoud als scherpe harmonieën en onverwachte modulaties. Verder beluisteren we in dit Stabat Mater emotionele directheid en een heldere orkestratie. Al met al is het tegelijk verdrietig en troostend.

Poulenc, die inmiddels was toegetreden tot de katholieke kerk, was er van overtuigd dat zijn religieuze werken later meer bekendheid zouden krijgen dan zijn wereldlijke werken. En zo geschiedde het. Zeer bekend werd ook zijn Gloria, eveneens voor sopraan solo, koor en orkest uit 1961.

Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.

POULENC STABAT MATER NUMMER212

Nota bene

Ik ben half monnik, half schurk, zei Poulenc ooit over zichzelf. Daarmee bedoelde hij dat hij enerzijds diep religieus was en anderzijds frivool, ondeugend en dol op het nachtleven van Parijs.

Poulenc ging regelmatig te biecht, maar zijn priester had moeite hem serieus te nemen omdat hij vaak grappen maken. Ook vertelde hij de eerwaarde over zijn nachtclub bezoeken.

Een uitspraak van hem: ‘Ik heb een hart dat bidt in de kerk en danst in het cabaret.’