Debussy – Piano solo

Het was niet zijn grootste wens om concertpianist te worden. Vreemd, want hij speelde met het grootste gemak de belangrijkste stukken uit de pianoliteratuur. De piano was voor de Fransman Claude Debussy (1862 – 1918) een muzikaal pallet. Als een ingenieur werkte hij zijn plannen uit. Met Debussy laat men de moderne tijd in de muziekgeschiedenis beginnen.

Zijn composities zijn vaak doordrenkt van oosterse klanken, exotische muziek. Hij maakte gebruik van de hele-toonstoonladder (toonladder zonder leidtonen). Hij zocht naar nieuwe klankkleuren, effecten, ingenieuze harmonieën en het nieuwe pedaalgebruik. Invloeden waren de Japanse en Indonesische kunst en de rustige pianomuziek van zijn voorganger Chopin. Je kunt rustig stellen dat Debussy’s bijdrage aan de pianomuziek van de nieuwe tijd vergelijkbaar is met die van Chopin van de negentiende eeuw.

In de twintig was Debussy toen hij zijn populaire Arabesques (1891) voor piano schreef. Een jaar eerder had hij zijn eerste meesterwerk geschreven voor piano solo, Rêverie (Mijmerij). Dit stuk roept de sfeer van een droom op. Alhoewel nog geworteld in de romantische traditie wringt de componist zich in alle bochten om zich daarvan los te maken. Men beschouwt de twee Arabesques als het begin van het impressionisme. Het gebruik van de pentatonische toonladder wordt toegepast. (Pentatonisch is een toonladder bestaande uit 5 tonen in plaats van de gebruikelijke 7 en heeft geen leidtonen of kleine secundes). De klank doet daarom Oosters aan. Debussy laat in zijn rustig voortkabbelende klanken de natuur zijn gang gaan. De Arabesques duren een kleine 8 minuten. Arabesque nr 1, de meest populaire staat in E, Arabesque 2 in G. Film- en documentairemakers hebben dankbaar gebruik gemaakt van de sfeervolle Arabesques.

In 1903 schreef Debussy Estampes, een kleine suite voor piano solo. Dit werk bestaat uit 3 delen: 1. Pagodes – Het gebruik van de pentatonische toonladder wordt toegepast. Het stuk roept beelden uit Azië op. 2. Avond in Granada – De Spaanse gitaar wordt in dit stuk geïmiteerd. Het vertolkt Spanje ten voeten uit, compleet met de dans Habanera. 3. Tuinen in de regen – De natuur in al zijn facetten: wind, opkomend onweer en regen. Franse volksliedjes passeren de revue. Een klein kwartier nemen de drie delen van het impressionistische stuk in beslag.

In 1905 voltooide Debussy zijn pianocompositie Suite Bergamasque. De componist had het al jarenlang in studie. Hij haalde zijn inspiratie uit het gedicht Clair de lune uit de dichtbundel Fêtes Galantes uit 1869 van Paul Verlaine (1844 – 1896). De compositie doet zeer impressionistisch aan. (Debussy had een hekel aan de term impressionisme.) Het woord Bergamasque verwijst naar een oude boerendans. De vier delen zijn: Prelude – Menuet – Clair de lune – Passepied. Met name het derde deel, Clair de lune is zeer geliefd. Vaak wordt het deel als zelfstandig stuk uitgevoerd.

De Children’s corner uit 1908 bestaat uit zes eenvoudige pianostukjes. Debussy schreef het stuk voor zijn dochtertje Chouchou (Claude-Emma). Waarschijnlijk heeft Debussy de suite gecomponeerd met de gedachten aan zijn opgroeiend dochtertje met daarbij het verlies van de onschuld van het kind zijn. Children’s corner zit vol grappen en grollen (voor volwassenen!). Het eerste lied is een serie vingeroefeningen voor de ochtend. Verder klinkt er een Wiegelied voor een olifant, een Serenade voor de pop, en Dansende sneeuwvlokjes. In het laatste stukje klinkt een Cakewalk (dans van een speelgoedpop) waarin Debussy de jazz in de kunstmuziek introduceert. De Engelse titel van deze pianosuite is mede te danken aan Miss Dolly, de strenge Engelse gouvernante van dochtertje Chouchou. De omslag van het werk toont een tekening van Debussy. Verder schrijft hij: ‘Voor mijn lieve kleine Chouchou met tedere excuses van papa voor alles wat nog volgt…’.

Twee boeken met Preludes (Préludes livre I et II) in totaal 24 verdeeld over twee boeken van elk 12. Debussy schreef ze in de jaren 1909 – 1913. Van oorsprong is een prelude een voorspel, een intro voor een groter gebeuren. Debussy componeerde ze echter als zelfstandige muziekstukken. Chopin ging hem hier in voor. De Preludes, met zijn soms vluchtige indrukken en Oosters aandoende klanken, zijn een voorbeeld van het impressionisme. Zoals bij Debussy veelal het geval is, haalt hij zijn inspiratie uit de natuur, getuige bijvoorbeeld de volgende titels: Boek 1: Sluiers van een schip – De wind in de vlakte – Geuren in de avondlucht -- Voetstappen in de sneeuw – Wat de westenwind gezien heeft . Boek 2: Nevels – Heidestruiken – Terras in maanlicht. De laatste Prelude, Vuurwerk genaamd, schreef Debussy naar aanleiding van de wereldtentoonstelling 1889 in Parijs, waarin tevens een stukje van het Franse volkslied Marseillaise te horen is. De tijdsduur van de complete Preludes bedraagt tachtig tot negentig minuten.

DEBUSSY PIANO SOLO NUMMER 791