Schumann – Liederkreis

Robert Schumann (1810 – 1856) was de zoon van een boekhandelaar en literatuurliefhebber uit de Duitse stad Zwickau. Als kind kreeg Robert de literatuur met de paplepel ingegoten. Later werd hij een groot fan van de dichters Heinrich Heine (1797 – 1856) en Jean Paul (1763 – 1825). Drie liederencycli maakte Schumann op gedichten van Heine. Dichterliebe uit 1840, bestaande uit 16 liederen voor mannenstem en piano is wel de bekendste.  In hetzelfde jaar schreef hij de Liederkreis (opus 24) eveneens op gedichten van Heine.

De inspiratie kwam mede door zijn verliefdheid op de pianiste Clara Wieck (1819 – 1896). Aan haar droeg hij het merendeel van zijn liederen op. Men noemt het jaar 1940 wel het Schumann-Liederenjaar. Van de 250 liederen komen er 138 uit 1840.

In een brief aan Clara (mei 1940) schreef Schumann:  …Vaak droom ik ook weer over jou, ik denk voortdurend aan je, lief meisje van mijn hart – van jou toch komen al die klanken, de smachtende en goede, en überhaupt alle. Die van Eichendorff [liederen op. 39] zijn er twaalf geworden. Maar die ben ik alweer vergeten en ik ben aan iets nieuws begonnen…

In 1842 verscheen een tweede Liederkreis (opus 39) nu op gedichten van Joseph von Eichendorff (1788 – 1857). Deze liederencyclus komt eveneens uit 1840 maar werd uitgegeven in 1842. Genoemde liederencycli zitten boordevol romantiek: de natuur, eenzaamheid en zijn liefde voor Clara. In der Fremde, het eerste lied uit de  Liederkreis opus 39 is zeer geliefd.

De 12 liederen uit de Liederkreis: In der Fremde – Intermezzo – Waldesgespräch – Die Stille – Mondnacht – Schöne Fremde – Auf einer Burg – In der Fremde – Wehmut – Zwielicht – Im Walde – Frühlingsnacht.

SCHUMANN LIEDERKREIS OPUS 39 NUMMER 573