Ravel – Pianoconcert linkerhand

Wenen 1913: het debuut van de veelbelovende jonge pianist Paul Wittgenstein (1887 – 1961), de broer van de bekende filosoof Ludwig. Kort daarna sloeg het noodlot toe: bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertrok Wittgenstein naar het Russische front waar hij zijn rechterarm verloor. Desondanks bouwde Wittgenstein na de oorlog een succesvolle carrière op, hij slaagde erin een techniek voor de linkerhand tot het uiterste te perfectioneren. Wittgenstein legde zich niet alleen toe op bestaand repertoire voor de linkerhand, hij gaf ook componisten de opdracht nieuwe werken te schrijven.

Het Pianoconcert voor linkerhand in D uit 1932 dat de Fransman Maurice Ravel (1875 – 1937) schreef voor de pianist Paul Wittgenstein is subliem. De premiere was in 1932 met Wittgenstein zelf aan de piano. Er bestaat eveneens een uitvoering voor 2 piano’s, deze is tot ongenoegen van de componist bewerkt door Wittgenstein, en veroorzaakte een levenslange ruzie.

Het is alsof je vliegtuigen hoort overvliegen. Het gebrom is angstaanjagend. En dan het klagende fagotthema ondersteund door een marcherend orkest spelend in het allerlaagste register. Plots komt daar de piano, bespeeld door slechts één hand, de linker. Horen we hier leed en verschrikking van de oorlog? Horen we troepenverschuivingen? Het zou best kunnen. Ravel kende de geluiden, hij had tenslotte als hospik de ellende van dichtbij meegemaakt.

Vergeet overigens ook niet naar het andere ‘normale’ Pianoconcert in G te luisteren. Ravel biedt daarin onder meer een prachtig Adagio aan.

Ook Richard Strauss, Benjamin Britten en Serge Prokofjev schreven voor Wittgenstein een pianoconcert voor de linkerhand.

Andere werken van Ravel zijn o.a: Boléro, Daphnes en Cloe, La valse, Tombeau de Couperin,  Schilderijententoonstelling en Pavane pour une infant défunte.

RAVEL PIANOCONCERT LINKERHAND NUMMER 170