Bruckner – Adagio voor strijkers

De Oostenrijkse componist Anton Bruckner (1824-1896), zoon van een onderwijzer, was allereerst organist. Als componist moest hij jaren wachten op erkenning. Het toenmalige publiek was nog niet rijp voor zijn lange symfonieën. Pas in 1883 na een grandioze première van zijn Symfonie 7 kwam eindelijk erkenning en roem. Onderscheidingen waren het gevolg, zo werd hij benoemd tot eredoctor van de Weense universiteit. Ook werd hij benoemd tot keizerlijk hoforganist.

Bruckner was een buitengewoon vroom man, een overtuigd katholiek, die het meisje van zijn dromen liet varen omdat zij Luthers was! Hij sleet zijn leven met een zus. Bruckner deed soms ergerlijk onderdanig tegen collega-componisten als Liszt en Wagner: als hij hen zag, viel hij als een klein kind op z’n knieën om hun handen te kussen. Om aan een vriendin te komen, werd hij muziekleraar aan een meisjesschool. Dikwijls werd hij daar vanwege zijn vreemde en ongeoorloofde gedrag op het matje geroepen. In zijn laatste levensjaren had hij een manie ontwikkeld om alles te tellen: de bladeren van een boom, de punten in een boek, de noten in een muziekstuk…

‘Mister Adagio’ zou een aardige bijnaam zijn voor Bruckner. Van de tien symfonieën die hij schreef, spreken de langzame delen de luisteraars meestal erg aan. Zo wordt het Adagio (1879) van zijn zevende symfonie, een hommage aan zijn afgod Richard Wagner (1813 – 1883), vaak als zelfstandig stuk opgevoerd. Ook het Adagio, het slotdeel van zijn onvoltooide symfonie is een monument in de muziekgeschiedenis en wordt zijn zwanenzang genoemd. Het Adagio voor strijkers is uit zijn strijkkwintet uit 1879 geplukt en voor strijkorkest georkestreerd. Het werd een wereldhit!

BRUCKNER ADAGIO VOOR STRIJKERS NUMMER 035