Mahler – Kindertotenlieder

Alma Mahler, de vrouw van de Oostenrijker Gustav Mahler (1860 – 1911) kon het moeilijk aanvaarden dat haar man gedichten op muziek zette waarin een wanhopige vader zich buigt over de dood van zijn kind. Toen Mahler de Kindertotenlieder voltooide had hij twee gezonde dochters. Het noodlot kwam twee jaar later toen zijn lievelingsdochter Almschi aan een hersenvliesontsteking stierf. Wellicht had de componist een voorgevoel.

De Kindertotenlieder 1901 betreft een liedcyclus bestaande uit 5 orkestliederen. Mahler gebruikte hiervoor verzen uit een gedichtenbundel van de Duitse schrijver Rückert (1788 – 1866).  Het was Mahlers wens de 5 liederen als eenheid uit te voeren (circa 25 minuten). Rückert beschrijft in zijn gedichten het verdriet over het verlies van twee van zijn kinderen. (De dichter was inspiratiebron voor menig componist: o.a. Brahms, Schumann, Richard Strauss, Schubert, Clara Schumann en Mahler.)

1. Nun will die Sonn’ so hell aufgeh’n (Zonsopgang na de nacht waarin de kinderen gestorven zijn.) 2. Nun seh’ ich wohl, warum so dunkle Flammen (De ogen van zijn kinderen fonkelen nu als sterren aan de hemel.) 3. Wenn dein Mütterlein (De eenzame moeder bij haar treurende echtgenoot.) 4. Oft denk’ ich, sie sind nur ausgegangen! (Een prachtige morgen. Het lijkt alsof de kinderen weer thuiskomen.) 5. In diesem Wetter (Treurmars over de begrafenis van de kinderen.) 

MAHLER KINDERTOTENLIEDER NUMMER 638