Tsjaikovski – Romeo en Julia

De Rus Pjotr (Peter) Tsjaikovski (1840-1893) kwam uit een goed milieu. De familie Tsjaikovski woonde in een groot buitenhuis en genoten behoorlijk wat aanzien. Zijn geboorteplaats was Votkinsk, zo’n 1000 kilometer ten noordoosten van Moskou. Tot zijn tiende jaar groeide Tsjaikovski op tussen vijf broers en zussen, hij werd voornamelijk grootgebracht door kindermeiden en privé-juffen. Ondanks een vrijwel onbezorgde jeugd kwam zijn depressieve aard al vroeg naar voren. De eerste muzikale indrukken kreeg hij van een zogenaamd Orchestrion, een reusachtige speeldoos die een orkest kon nabootsen en die zijn vader van een van zijn reizen had meegebracht.

Veel van zijn begin werken werden afgekraakt. Radeloos was hij er van geworden. Had zijn vader dan toch gelijk gehad, toen deze hem had laten voelen het zwarte schaap van de familie te zijn?

Tsjaikovski heeft het ons niet gemakkelijk gemaakt om het verhaal van Shakespeare in de muziek te kunnen volgen. Slechts de hoofdmomenten heeft hij getoonzet. Het stuk opent met een middeleeuws aandoend koraal, waarmee Lorenzo wordt uitgebeeld. Lage houtblazers kondigen het noodlotthema aan. Dit thema zal evenals de andere hoofdthema’s diverse malen herhaald worden. Even later vertolkt een weemoedige melodie Romeo’s liefde. Na de ruziemakende families Capulets en Montagnes (met veel bombarie in het orkest) verschijnt in de althobo het liefdesthema van Julia. Een treurmars brengt ons naar het slot.

In 1935 zou Serge Prokofjev eveneens het verhaal van Romeo en Julia op muziek zetten.

TSJAIKOVSKI ROMEO EN JULIA NUMMER 130