Tsjaikovski – Slavische mars

‘Ik heb uw Slavische mars gehoord’, schreef zijn weldoenster Nadesjna von Meck, die de componist Peter Tsjaikovski (1840 – 1893) jaarlijks met zesduizend roebel ondersteunde. ‘Met woorden kan ik mijn gevoelens niet weergeven. Het stuk heeft mij overmand! Het was een zaligheid, waardoor ik tranen in mijn ogen kreeg. Bij het luisteren naar deze muziek voelde ik mij zeer gelukkig en ik denk daarom dat u in zekere mate mij ook toe behoort. In uw muziek voel ik mij één met u en dit gevoel kan niemand mij ontnemen’.

De Slavische mars (ook wel Servische mars genoemd) opus 31 in bes mineur uit 1876 werd in opdracht geschreven voor het Rode Kruis. Tsjaikovski voelde zich tijdens het schrijven een patriot. Hij moedigde met het stuk de Russische troepen aan die de Serviërs te hulp schoten tijdens hun conflicten met de Turken. In het stuk is een Servisch volksliedje te horen dat zich vermengd met een bekende Russische hymne. De Slavische mars duurt ca 10 minuten.

Een paar jaar later zou Tsjaikovski een soortgelijk werk componeren, de Ouverture 1812, waarin de strijd tussen de legers van Napoleon en Rusland centraal staat.

Tsjaikovski heeft altijd een golf van kritiek over zich heen gehad van de leden van de componistengroep de ‘Machtige vijf’ en dan met name van de voorman van die groep, de componist Modest Moessorgski. Tsjaikovski moet het als hartverwarmend ervaren hebben dat niemand minder dan Johann Strauss jr. regelmatig stukken van hem in de bomvolle balzalen van Wenen ten gehore bracht.

TSJAIKOVSKI SLAVISCHE MARS NUMMER 180