Rossini – Opera

De Italiaan Gioachino Rossini (1792 – 1868), geboren in de stad Pesaro aan de Adriatische zee, stamt uit een muzikantenfamilie. Zijn vader was koperblazer en muziekdocent, zijn moeder zangeres. Hij huwde met de sopraan Isabella Colbran die zangpartijen uit de opera’s van haar man voor haar rekening zou nemen. Toen het gezin in 1815 naar Napels verhuisde zou hij daar 20 opera’s componeren. Hij schreef zowel komische (buffa) als serieuze (seria) opera’s. In 1824 vestigde hij zich in Parijs waar hij in 1829 zijn top-opera Guillaume Tell componeerde die zowel in het Frans als Italiaans werd opgevoerd. Na deze succesvolle opera keerde hij terug naar zijn vaderland.

Rossini staat te boek als operacomponist, hij componeerde er 40. In 1810 componeerde hij zijn eerste professionele opera. Zijn carrière kwam in 1812 goed op gang met zijn zesde opera, L’inganno felice. In 1813 volgde Tancredi (seria) naar het gelijknamige toneelstuk van Voltaire. Eveneens in 1813 verscheen de komische opera L’Italiana in Algeri. In 1814 gaat in Milaan Il turco in Italia(buffa) in première. In 1816 volgt Il barbiere di Siviglia (buffa), volgens velen de beste opera van Rossini. De sprookjes opera La Cenerentola (Assepoester) uit 1817 is naar het verhaal van Charles Perrault. La donna del lago (seria) uit 1819 speelt zich af in Schotland en is gebaseerd op een werk van Walter Scott. Ermione (seria) uit 1819 is gebaseerd op de tragedie Andromaque van Jean Racine. De opera Semiramide (seria)uit 1823 is gebaseerd op het gelijknamige drama van Voltaire. Il viaggio a Reimsuit 1825 werd gecomponeerd naar aanleiding van de kroning van de Franse koning Karel X. Moïse et Pharaon (Grand-opera) of Mosè in Egitto uit 1827 vertelt het verhaal van de tocht door de Rode Zee. Le comte Ory (buffa)1828 is de laatste komische opera van Rossini. Een van zijn meest succesvolste opera’s is Guillaume Tell (Grand-opera) uit 1829 naar het toneelstuk van Friedrich Schiller.

ROSSINI OPERA NUMMER 626