Mendelssohn – Lobgesang

De Duitse componist Felix Mendelsohn Bartholdy (1809 – 1847) komt uit een welgesteld milieu. Zijn vader was bankier, zijn grootvader de Joodse filosoof Moses Mendelssohn (1729 – 1786). Felix werd geboren in Hamburg. In 1812 verhuisde het gezin naar Berlijn. Samen met zijn zusje Fanny groeide hij in alle welvarendheid op. Als kinderen kregen zij pianoles. Privéleraren gaven hen les in vreemde talen. Ook kregen zij compositieles van vooraanstaande componisten. Behalve voor muziek had Felix talent voor tekenen en schilderen. Als vijftienjarige had hij de beschikking over een eigen symfonieorkest. Voor dit ensemble componeerde hij zijn jeugd symfonieën.

Als twaalf- dertienjarige schreef Felix Mendelssohn 13 symfonieën voor strijkorkest. In 1824 componeerde hij zijn eerste symfonie voor symfonieorkest

Rond 1840 woonde en werkte Mendelssohn in Leipzig. Hij was er dirigent van het Gewandhausorkest en richtte het conservatorium op.

In Leipzig schreef hij symfonie 2 die als bijnaam Lobgesang kreeg. Door zijn grote lengte, zangsolisten en koor staat de symfonie onder invloed van Beethovens Negende. Het  werk is geschreven voor de viering van 400 jaar boekdrukkunst met in gedachten de Bijbel als eerste grote drukprestatie. De componist koos hieruit enkele psalmen. Het feestelijke begindeel wordt gevolgd door elf gezongen delen.

Enkele hoogtepunten: Nun danket alle Gott – Alles was Odem hat – Ich harrete des Herrn – Die nacht ist vergangen.

MENDELSSOHN SYMFONIE 2 LOBGESANG NUMMER 580