Rossini – Wilhelm Tell

Zowel de vader als de moeder van de Italiaanse opera componist Gioacchino Rossini (1792-1868) deden beroepsmatig aan muziek. Rossini heeft veel succes en geluk gekend tijdens zijn muzikale loopbaan als componist. Zijn eerste grote succes behaalde hij in 1813 met het muziekdrama Tancredi. Sindsdien volgde de ene op de andere succesvolle opera. Toen hij meer dan veertig opera’s gecomponeerd had vond hij het welletjes en stopte met componeren. Rossini was een rijk man die vanaf dat moment met volle teugen genoot van het leven.

Zoals de meeste van zijn opera’s componeerde Rossini Wilhelm Tell (1829) in Parijs. Het werd zijn laatste opera, hoewel hij nog veertig jaar zou leven. Hij schreef het werk in opdracht van het operahuis van Parijs. Het werd een groots opgezette opera die onder de noemer ‘Grand Opera’ naar Frans voorbeeld de muziekgeschiedenis is ingegaan. Het werk heeft vier bedrijven. De inmiddels beroemde ouverture (met o.a. het cellokwintet) vat de vrijheidsstrijd van de Zwitserse kantons onder leiding van Wilhelm Tell perfect samen. Van de pastorale openingsmaten, het onweer tot de triomfantelijke finale: alles aan de ouverture ademt reeds drama.

Het verhaal naar het gelijknamige toneelstuk van Friedrich Schiller uit 1804 speelt zich af in Zwitserland tijdens de veertiende eeuw. De held van de opera is de Zwitser Wilhelm Tell. Zijn heldendaden tegen de heerschappij van de Oostenrijkers (Habsburgers) komt volop aan de orde. De meest smaakmakende scène is het moment waarin de inmiddels gearresteerde Wilhelm een appel van het hoofd van zijn zoon moet schieten om aan de dood te ontsnappen. Behalve de ouverture behoren de volgende aria’s tot de hoogtepunten: Ah Mathilde, Sombres forets en misschien wel de grootste hit uit de opera Sois immobile.

Al met al duurt de opera 4 uur.

ROSSINI WILHELM TELL NUMMER 202