Puccini – Tosca

De Italiaan Giacomo Puccini (1858-1924) wordt de belangrijkste opvolger van operacomponist Giuseppe Verdi (1813 – 1901) genoemd. De onderwerpen die Puccini in zijn opera’s gebruikt zijn vaak echt gebeurd of doen erg realistisch aan. Dit ‘alledaagse´ noemt men Verisme, wat ‘waar’ of ‘werkelijk’ betekent.

Gewoonlijk nam Puccini tussen het componeren van zijn opera’s lange tijd vrij om zich over te geven aan zijn grote passies: vissen, jagen, schieten, auto’s en snelle boten. Zijn huwelijksleven liep grote schade op toen men hem er van verdacht een verhouding te hebben met het dienstmeisje. De zaak kwam zelfs voor het gerecht en het arme dienstmeisje pleegde zelfmoord. Dit stuk van Puccini’s leven zou een opera op zich waard zijn!

Het verhaal van de opera Tosca (1900) speelt zich af in het Rome van 1800. De politiechef Scarpia is op zoek naar een ontsnapte gevangene. De schilder Mario weet waar de gevangene is, maar ondanks dat hij door Scarpia gemarteld wordt, zwijgt hij. Mario’s minnares, de zangeres Tosca, is getuige van de martelingen. Als Mario weggesleept wordt, doet de politiechef Scarpia Tosca een voorstel. Als zij bereid is seks met hem te hebben, zal Mario vrijgelaten worden. Anders wordt hij doodgeschoten. Tosca gaat akkoord, maar kan het niet opbrengen seks te hebben met Scarpia. In plaats daarvan rijgt ze hem aan het mes. De (nep) executie van Mario vindt plaats. De schoten weerklinken en tot haar afschuw ontdekt ze dat de politiechef haar bedrogen heeft. Het waren geen losse flodders maar echte kogels. Het doek gaat dicht als ze zich in de afgrond stort.

Hoogtepunten: Qual’ occio, Va Tosca, Vissi d’arte en E luccevan le stelle.

PUCCINI TOSCA NUMMER 127