Schumann  –  Fantasie in C

De in het Duitse Zwickau geboren pianist, componist en muziekjournalist Robert Schumann (1810 – 1856) was de zoon van een boekhandelaar en uitgever. Van jongs af aan was Robert geïnteresseerd in literatuur en muziek. Als kind kreeg hij les van de plaatselijke kerkorganist. Als jongeman ontving hij pianoles van de zeer bekende pedagoog Friedrich Wieck. In het gezin Wieck maakte hij kennis met het wonderkind Clara. Deze zou later zijn vrouw worden.

Tijdens te ijverig studeren forceert hij zijn linkerhand, hetgeen het einde van een piano carrière betekent. Na het bijwonen van een Schubert liederenavond besluit hij componist te worden. Schumann zelf zou later eveneens als Schubert een bekend liedcomponist worden.

Als componist voor piano is Schumann bij het grote publiek vooral bekend van zijn Pianoconcert in a mineur. Van de solostukken voor piano noemen we Kinderszenen, Waldszenen, Arabeske, Carnaval, Kreisleriana, Papillons en de Fantasie in C. Dit laatste werk werd in 1836 geschreven voor zijn geliefde Clara en opgedragen aan pianovirtuoos Franz Liszt.

Schumann, de super romanticus, schreef zijn Fantasie in C opus 17 in de treurige tijd dat hij zijn geliefde Clara voor korte tijd moest missen. (Vader Wieck was fel tegen de omgang van zijn dochter met Schumann.)  ‘Een diepe klaagzang voor u,’ zo schreef Robert aan Clara, doelende op het eerste deel van zijn pianostuk. Met het stuk wilde hij tevens geld inzamelen voor het Beethoven-monument in Bonn. De Fantasie in C kan worden beschouwd als een van de belangrijkste werken in de literatuur voor pianosolo.

SCHUMANN FANTASIE IN C NUMMER 659