Ravel – Tombeau de Couperin

In de Tombeau de Couperin betuigt de Franse componist Maurice Ravel (1875-1937) eer aan de Franse Barokmeesters. Ravel schreef deze suite in de jaren 1914-1917. Het werd een van de hoogtepunten uit zijn oeuvre.

Gedurende de jaren dat Ravel aan dit stuk werkte, woedde de Eerste Wereldoorlog en Ravel deed de grootst mogelijke moeite om zijn vaderlandse plicht te vervullen. Helaas voor hem werd hij afgekeurd als soldaat en kon hij zich alleen als chauffeur verdienstelijk maken. In die functie maakte hij de verschrikkingen mee tijdens het grote offensief bij Verdun. Na een jaar aan het front keerde Ravel volkomen gedesillusioneerd terug. Toch voltooide hij in 1917 Le Tombeau de Couperin. Een elegante, simpele en verfijnde suite die doet terugdenken aan de barokstijl van François Couperin (1668 – 1733), met name bekend van zijn klavecimbelmuziek

In het begin van de twintigste eeuw was er in Franse muziek een heftige beweging gaande om onder de Duitse invloed uit te komen. Oriëntatie op de volksmuziek, kleinere ensembles, impressionisme en ook een teruggrijpen op het grote Franse muzikale verleden was daarvan het gevolg. Het woord ‘Tombeau’ is een muzikale hulde aan een gestorven meester. Dus enerzijds brengt het stuk een hulde aan de grote vroegere componist Couperin door het toepassen van dansritmen uit de zeventiende en achttiende eeuw, anderzijds herdenkt Ravel zes kameraden die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden. Oorspronkelijk bestond Tombeau de Couperin uit zes pianostukken waarvan Ravel er later vier van zou instrumenteren voor symfonieorkest.

RAVEL TOMBEAU DE COUPERIN NUMMER 432