Mahler – Symfonie 6

De zesde symfonie in a mineur van Gustav Mahler (1860 – 1911) heeft als bijnaam ‘ De tragische’. De symfonie werd gecomponeerd in 1903-1904. Gek genoeg was het een periode waarin Mahler een gelukkig mens moet zijn geweest. (Het werk werd een aantal jaren later door de componist herzien). Het werk is geschreven voor een zeer uitgebreid symfonieorkest en duurt ca 75 minuten.

Mahler boekte veel succes als dirigent van de Weense Opera, destijds het toporkest van Europa. Hij was getrouwd met het mooiste meisje van Wenen, Alma Schlindler. Samen hadden zij een dochtertje. Maar waarom schreef Mahler dan zo’ n donkere symfonie? Waarom die angstaanjagende hamerslagen in het laatste deel? En het marcheren in mineur? Mahler zelf over de zesde: Deze symfonie zal veel vragen oproepen. Zijn vrouw Alma noemde het zijn allerpersoonlijkste symfonie.

De eerste uitvoering in 1906 werd goed ontvangen. Er waren zelfs muziekkenners die het werk vergeleken met de Pastorale, de zesde symfonie van Ludwig van Beethoven.

Het eerste deel heeft alles van een mars in zich, iets militaristisch. Veel koper, waaronder maar liefst acht hoorns en veel slagwerk. In het geheimzinnige, haast fluisterende derde deel komen de strijkers meer aan bod. Het is een rustpunt in de symfonie. Alles lijkt vriendelijker. Het vierde deel opent met een schreeuw. Het koper laat zich weer in alle registers horen. Dramatiek van de bovenste plank. Hamerslagen klinken. Had Mahler misschien een voorgevoel van de rampspoed die hem boven het hoofd hing, vragen muziekgeleerden zich af.  Drie grote tegenslagen zou hij in 1907 te verduren krijgen. Zijn ontslag bij de Weense Opera (vanwege zijn joodse afkomst), het overlijden van zijn dochtertje Maria Anna, en om alle ellende compleet te maken kreeg hij van zijn artsen te horen dat hij aan een ongeneeslijke hartziekte leed. Daar kwam ook nog eens bij dat zijn vrouw Alma hem ontrouw bleek te zijn.

MAHLER SYMFONIE 6 NUMMER  514

Nota bene

Mahler stond bekend als driftkikker. Hij was een despoot vooral wanneer hij een dirigeerstokje in zijn handen had. Daar wisten ze bij de opera in Wenen alles van. Wat dacht die jood wel om hen de les te lezen, mopperden de orkestleden achter de rug van de maestro. Ook de antisemitische pers had weinig op met de componist

Van de pers moest Mahler weinig hebben. Om recensies gaf hij niet. Maar op een keer werd zijn muziek zo slecht besproken dat hij aan Alma schreef: Ben ik soms een lantaarnpaal waar ze tegenaan kunnen pissen…