Britten – Saint Nicolas

In de zomer van 1951 werd de Saint Nicolas Cantate voor het eerst uitgevoerd. De bedoeling van de Engelse componist Benjamin Britten (1913-1976) was om vooral de jeugd met zijn muzikale creatie te pakken. Een gezongen verhaal over de geschiedenis van de echte Sinterklaas, een bisschop die in de vierde eeuw in Myra leefde en bekend werd om zijn goede werken en hulp aan kinderen, armen en zeelieden.

In de Saint Nicolas Cantate opus 42 verwerkte Britten alle legenden en verhalen over het leven van de goede sint. En zoals te verwachten van Britten, maakte hij er een heel kleurrijk stuk van, met naast de traditionele krachten ook kinderstemmen, een rijke variëteit aan slagwerk en verder een orgel en twee piano’s.

Brittens cantate bestaat uit negen stukken, waaronder de geboorte van de goedheiligman, zijn bisschopswijding, gevangenschap, een lied over ontvoerde jongens en een deel over de wonderen. In veel stukken van Britten is de zee volop aanwezig, zo ook in deze cantate. In het vierde deel wordt bisschop Nicolas op zee verrast door een storm. Terwijl de ervaren zeelui doodsbang zijn, zien we de bisschop op zijn knieën liggen, biddend naar God. Het loopt goed af en de storm gaat liggen. Uit dankbaarheid voor het verhoren van Nocolas’ gebed zingen de stoere zeelui een heuse psalm.

BRITTEN SAINT NICOLAS NUMMER 447