Palestrina – Papae Marcelli

‘De prins van de muziek’ werd de Italiaan Giovanni da Palestrina (1525-1594) in zijn hoogtijdagen genoemd. Behalve prins was Palestrina ook priester, echtgenoot en vader. Bovendien was hij een handig zakenman die rijk werd door hoge bedragen voor zijn composities te vragen, maar ook door zijn hulp in de bontzaak van zijn echtgenote verdiende hij aanzienlijk.

Zoals zo velen in zijn tijd begon Palestrina zijn componisten-carrière als koorknaap. Zijn zangplek werd het Maria Maggiore in Rome. Rond 1550 promoveerde hij tot kapelmeester en organist van de kathedraal van zijn geboorteplaats Palestrina. In 1555 had hij de hoogste positie bereikt die een muzikant in die tijd zich maar kan wensen; een baan in de Sint Pieter en in de pauselijke Sixtijnse kapel, waar hij tevens zijn laatste rustplaats vond.

Palestrina kan zonder meer de grootmeester van de katholieke kerkmuziek genoemd worden en tevens één van de belangrijkste voorlopers van de moderne westerse klassieke muziek. Hij componeerde ongeveer honderd missen waarvan de mis Papae Marcelli als het absolute hoogtepunt wordt beschouwd. De mis dankt de naam aan de opdrachtgever, paus Marcellus.

Met enige tegenzin stond de katholieke kerk toe dat in de mis Papae Marcelli het eenstemmige Gregoriaans vervangen werd door meerstemmigheid. De belangrijke kerkvergadering, het Concilie van Trente (rond 1550), liet mondjesmaat de meerstemmigheid toe. Als voorbeeld diende de meerstemmigheid zoals de pauselijke componist Palestrina deze toonzette. Palestrina propageerde vooral eenvoud en verstaanbaarheid van de gezongen teksten.

De mis kent de volgende delen: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei

PALESTRINA MISSA PAPAE MARCELLI NUMMER 100