Borodin – Polowetser dansen

De Rus Alexander Borodin (1833-1887) was het onwettig kind van een vorst. Zijn moeder voedde hem in haar eentje op en stimuleerde hem in het maken van muziek. Naast muziek was hij buitengewoon bekwaam in het bestuderen van vreemde talen en techniek. Ook had hij een ‘scheikundeknobbel’. Borodin besloot echter medicus te worden. Op staatskosten studeerde hij in het buitenland en bij zijn thuiskomst werd hij benoemd tot professor aan de medische academie van Sint Petersburg.

Borodin behoorde tot de componisten die folklore en legendes uit het vaderland waardevol vonden. De componist werd mede daarom lid van de ‘Groep van vijf’, de haast beruchte componistengroep die,  geïnspireerd door hun mentor Glinka, de Russische muziek in ere hield en de westerse muziek buiten de deur trachtte te houden. Ondanks de Russische volksmuziek waren de werken van Borodin ook bijzonder populair buiten Rusland.

Belangrijke werken: opera Prins Igor, het symfonisch gedicht In de steppen van Centraal Azië en drie symfonieën. Borodin schreef 2 strijkkwartetten, waarvan Strijkkwartet 2 het meest uitgevoerd wordt. Vooral het derde deel, Nocturne is overbekend en misschien het meest gewaardeerde stuk muziek dat Borodin ooit heeft geschreven.

De Polowetser dansen (première 1890) komen uit de tweede akte van Borodins onvoltooide opera Prins Igor (voltooid door Glazoenov en Rimski-Korssakov).  Daar moet op gedronken worden, dachten de volgelingen, en binnen een mum van tijd was iedereen aan het dansen, drinken en zingen geslagen.

Borodin was een veelbelovend componist, toch verdiende hij zijn geld als chemicus en genoot hij aanzien op dat gebied. 

BORODIN POLOWETSER DANSEN NUMMER 118