Ravel – L’heure Espagnole

De Fransman Maurice Ravel (1875 – 1937) meldde zich tijdens de eerste wereldoorlog aan bij het leger. Maar vanwege zijn tengere postuur werd hij afgewezen. Wel mocht hij een vrachtwagen besturen om oorlogsslachtoffers te vervoeren. Hij werd echter ziek van de rottigheid, de loopgraven, de verminkingen, en van de lijken. Lichamelijk en geestelijk gesloopt keerde hij terug naar huis.

Maurice woonde tot zijn veertigste bij zijn moeder. Toen zij overleed was de nerveuse en door slapeloosheid geplaagde Ravel radeloos. Hij trok in bij een broer totdat deze ging trouwen. Samen met zijn speelgoed, zijn mechanische poppen, zijn speeldozen, snuisterijen en tierelantijnen verhuisde hij naar een sprookjesachtig huis zo’n 30 kilometer van Parijs. Vaak is de muziek van Ravel gebaseerd op sprookjes, bijvoorbeeld Ma Mère l’Oye uit 1908 en L’Enfant et les sortilèges uit 1925.

De muzikale komedie L’heure Espagnole uit 1911 droeg Ravel op aan zijn vader die een groot stimulator voor zijn zoon was geweest. De eendelige komische opera stuitte op hevige kritiek vanwege de smakeloze inhoud. (Het verhaal vertelt over een overspelige echtgenote van een niets vermoedende klokkenmaker). Ravels voorliefde voor Spanje toont hij door Spaans georiënteerde dansen in het werk op te nemen zoals: de Jota, Habanera en Malaguena.

RAVEL L’HEURE ESPAGNOLE NUMMER 555