Reger – Böcklin suite

Hoewel de Duitser Max Reger (1873-1916) leefde tijdens de laat-Romantiek en zijn meeste collega’s in de ban waren van Wagner, Bruckner en Mahler, leek het of Reger een rechtstreekse afstammeling was van Bach. Het was of hij in zijn eigen muzikale wereld leefde. Bachs sterke kant, de polyfonie, nam Reger over en transporteerde deze naar zijn eigen tijd. Reger bleek een meester van het contrapunt, de fuga en de variatievorm, waaronder zijn beroemde Mozartvariaties uit 1914.

Reger componeerde in 1913 een zeer uitzonderlijk programmatisch muziekwerk, de Böcklin-suite opus 128. Zijn inspiratie voor dit werk deed hij op in een viertal schilderijen van Arnold Böcklin. Het zijn zeer onheilspellende schilderingen waaronder Der geigende Eremiet, een vioolspelende kluizenaar die voor God speelt. Met een koraalachtige melodie door de strijkersgroep met daarboven de soloviool. Verder het beroemde Dodeneiland (deel drie), een somber stuk, net als de schildering van Böcklin, met in de finale een doodskreet (door de althobo) gevolgd door angst en een grote stilte.

De Rus Serge Rachmaninov (1873 – 1943) toonzette het Dodeneiland eveneens. Het werd een symfonisch gedicht (1903). De componist was vooral verrukt van een reproductie in zwart-wit. Later kreeg hij het werkelijke schilderij in kleur onder ogen.

De Zwitserse schilder Arnold Böcklin leefde van 1827 tot 1901. In de eerste plaats raakte hij gefascineerd door de antieke schilderingen in Pompeji, alsmede van de fresco’s van Rafaël. Nadien maakte hij monumentale kunst omringd met de antieke mythologie, waaraan hij een zeer romantisch karakter gaf gecombineerd met een flinke dosis fantasie.Van zijn werken is het mysterieuze Dodeneiland het bekendst.

De vier delen (schilderijen): 1 Der geigende Eremit 2 Im Spiel de Wellen 3 Die Toteninsel 4 Baccahnaal

REGER BÖCKLIN SUITE NUMMER 288