Lalo – Celloconcert

De Fransman Eduard Lalo (1823 – 1892) was een kundig violist en cellist. Als componist genoot hij aanvankelijk weinig populariteit met zijn composities. Maar toen hij omstreeks 1870 met grotere werken ten tonele verscheen, leek het ijs gebroken. Bovendien was hij bevriend geraakt met belangrijke musici waaronder de vioolvirtuoos Pablo de Sarasate (1844-1904) die menig werk van hem introduceerde, waaronder zijn meest bewonderde vioolcomposities.

Lalo steekt zijn liefde voor de cello niet onder stoelen of banken. In veel van zijn composities heeft het instrument een belangrijke plaats. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw kreeg Lalo, die tot dan toe voornamelijk kamermuziek had geschreven, opeens meer interesse voor het componeren voor orkestmuziek. In 1888 werd in de Parijse opera zijn opera Le Roi d’Ys met veel succes opgevoerd. Velen beschouwen dit werk als het hoogtepunt van zijn oeuvre. Andere topwerken (met veelal Spaanse invloeden) zijn: Rhapsodie Espagnole, Symfonie Espagnole, Vioolconcert en het Celloconcert dat inmiddels tot de hoogtepunten van de celloliteratuur wordt beschouwd. De Parijse cellist Adolphe Fischer adviseerde de componist en was tevens de solist tijdens de première in 1877.

Het eerste deel van Lalo’s Celloconcert  in d mineur heeft alles weg van een introductie. Het lijkt alsof de componist eerst de vele mogelijkheden en klankkleuren van de cello ten gehore wil brengen alvorens over te gaan tot herkenbare melodieën. Wanneer dit inderdaad gebeurt, groeit het stuk uit tot een volwaardig celloconcert met warme passages maar ook met heftige ritmiek. Verder valt op dat de componist de cello geen moment met rust laat, zodat het instrument het gehele stuk aan bod is. Een ware uitputtingsslag voor de cellisten dus.

LALO CELLOCONCERT NUMMER 251