Ravel – L’Enfant et les Sortilèges

Maurice Ravel (1875 – 1937) werd geboren in Ciboure, een vissershaven nabij Saint-Jean-de-Luz. Op 6 jarige leeftijd begint hij met piano spelen. In 1889 wordt hij toegelaten tot het Parijse conservatorium. Niet veel later worden zijn eerste werken gepubliceerd. Compositieles volgt hij bij Gabriel Fauré. Ravel is bijna 30 jaar als hij kennismaakt met collega’s als Debussy, Richard Strauss, Varese, Vaughan Williams en Stravinsky. Met deze laatste sluit hij vriendschap en is in 1913 aanwezig bij diens spraakmakende werk Le Sacre du printemps. In 1914 wordt hij afgekeurd voor militair dienst, maar krijgt hij een baan als vrachtwagenchauffeur bij het leger.

Het was niet verwonderlijk dat Ravel de fantasie opera L’enfant et les Sortilèges (Het kind en de betoveringen) schreef. In zijn sprookjesachtige huis net even buiten Parijs woonde Ravel samen met zijn mechanische poppen, speeldozen, snuisterijen, tierelantijnen, en zijn katten. Een hoogtepunt van zijn verzameling was een een fluitende nachtegaal die ook nog eens met zijn vleugels kon wapperen. Veel van zijn muziek is gebaseerd op sprookjes, bijvoorbeeld over moeder de Gans of over speelgoedbeestjes die ‘s nachts tot leven komen. 

Het was de beroemde (en spraakmakende) schrijfster Colette die tekende voor het libretto van de fantasie-opera L’Enfant et les Sortilèges. Ravel componeerde het stuk in de begin jaren 20.

Het verhaal gaat over een jongetje dat zijn huiswerk niet wil maken. Als zijn moeder hem straf geeft neemt hij wraak. Hij trekt de kat aan zijn staart, plaagt de eekhoorn in zijn kooi, smijt met serviesgoed, verscheurt zijn schoolwerk, vernielt een antieke klok, en gaat een gevecht aan met de kachel. Wanneer hij zich uitgeput in een stoel laat vallen keren de dieren en voorwerpen zich tegen hem. Hij roept tevergeefs om zijn moeder. Als het eekhoorntje zich in het tumult verwondt wordt het diertje liefdevol door het jongetje geholpen. Als iedereen ziet dat er eigenlijk geen kwaad in de knaap zit volgt er vergiffenis.

Ravel gebruikt in dit werk verschillende muziekstijlen. Zo hoort men jazzfragmenten, kerkmuziek, en verschillende soorten dansmuziek, zoals de foxtrot, wals, en polka. Van de zangers wordt veel verwacht: zingen van aria’s, zingen op vocalen, huilen en lachen, kinderstemmen, spreekstemmen, een kattenduet, etc.  In een andere taal dan het Frans zal het stuk moeilijk uitvoerbaar zijn.

RAVEL L’ENFANT ET LES SORTILÈGES NUMMER 551