Ljapoenov – Transcendentale Etudes

De Russische componist Serge Ljapoenov leefde van 1859 tot 1924. Als kind kreeg hij muziekonderricht van zijn moeder. Hij studeerde later aan het conservatorium van Moskou met de hoofdvakken piano en compositie. Nadat hij de componist Mili Balakirev (1837 – 1910) had ontmoet vertrok hij naar Sint-Petersburg, waar hij later leraar werd aan het conservatorium. Zijn mentor Balakirev was lid van de beroemde componistengroep De machtige vijf (met oa. Modest Moessorgski (1839 -- 1881) en Nikolai Rimski-Korsakov 1844 -- 1908)).

Ljapoenovs eerste werken, waaronder Symfonie 1 staan onder invloed van Balakirev. De Russische volksmuziek zal een belangrijke rol in zijn werken gaan spelen. De componist was een uitmuntend pianist. Het is daarom niet verwonderlijk dat de piano een belangrijke rol in zijn werken speelt.

De 12 Transcendentale Etudes opus 11, is volgens velen zijn beroemdste werk (magnum opus). De stukken herbergen een hoge graad van moeilijkheid. Ljapoenov schreef het werk ter nagedachtenis aan componist en piano virtuoos Franz Liszt (1811 – 1886). Opvallend is nummer 1, Berceuse in Fis en nummer 12 Elégie in e mineur. In 1910 maakte de componist opnames van de Transcendentale Etudes op een reproductie-piano (automatische piano).

LJAPOENOV OEUVRE NUMMER 570