Bartók – Blauwbaard

De Hongaar Béla Bartók (1881 – 1945) was een belangrijk componist en een uitstekend pianist. Hij staat eveneens bekend als verzamelaar en uitvoerder van volksmuziek uit zijn land en naburige landen. Hij wordt beschouwd als één van de grondleggers van de etnomusicologie. Van zijn composities noemen we Altvioolconcert, Strijkkwartetten, Concert voor orkest, Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta, Pianoconcerten,  Divertimento voor strijkers.

Bartók schreef ook een nog veel gebruikte pianomethode, Microkosmos. Het betreft hier een methode van 153 pianostukjes van eenvoudig tot zeer moeilijk. Voor jonge vioolstudenten schreef hij 44 duo’s, gebaseerd op volksmuziek uit de Balkan.

De opera Blauwbaards burcht uit 1911 van Bartók bestaat uit één akte en twee zangsolisten, een (mezzo) sopraan en een bas. Het stuk stelt hoge eisen aan de zangers daar Bartók veelvuldig gebruik maakt van dissonanten en soms verschillende toonsoorten tegelijkertijd laat optreden (polytonaal)

Het decor achter dit lugubere verhaal van Blauwbaards burcht brengt ons naar een kasteel. In een donkere hal bevinden zich de twee geliefden Judith en de oude hertog Blauwbaard. Ze zijn pas gehuwd. In de hal bevinden zich zeven gesloten deuren. Judith vraagt waarom de deuren niet geopend mogen worden. De hertog vertelt dat er zich achter de deuren grote geheimen bevinden. Hij hoopt dat zijn geliefde niet blijft doorvragen. Judith geeft echter niet op en Blauwbaard opent stuk voor stuk de deuren. Achter de eerste twee deuren bevinden zich een martelkamer en een kamer volgepropt met wapens. De derde deur geeft toegang tot een schatkamer met sieraden besmeurd met bloed. Ook in de vierde kamer is het schrikbarend luguber. De laatste kamers geven toegang tot het rijk van Blauwbaard met in de zevende kamer zijn ex-vrouwen. Judith, Blauwbaards kersverse echtgenote beseft dat ze nu ook in het rijk van Blauwbaard zal worden opgesloten.

BARTÓK BLAUWBAARDS BURCHT NUMMER 700