Ravel – Trio & Kwartet

Als eigenwijs student met een conservatieve muzieksmaak werd de Fransman Maurice Ravel (1875 – 1937) ooit van het conservatorium gestuurd. Later keerde hij er terug om bij Gabriel Fauré (1845 – 1924) compositie te studeren. In de jaren 20 werd hij beschouwd als Frankrijks meest gewaardeerde componist.

Ravel schreef twee stukken zeer gewaardeerde kamermuziek, het Strijkkwartet in F uit 1903 en het Pianotrio in a mineur uit 1914.

In september van het jaar 1914 voltooide Ravel zijn Pianotrio (piano, viool en cello). Hij droeg het werk op aan een theorieleraar van het Parijse conservatorium. Het werk geldt inmiddels als een van de meest belangrijke composities in haar soort en staat op het standaardrepertoire van de gevestigde pianotrio’s.

In het werk zitten volop Baskische invloeden. Zo is er direct in het eerste deel de Baskische dans Zortziko te horen. Ravel werd geboren in het Baskische stadje Ciboure. Het gehele Pianotrio ademt een rijke en diepgaande expressie uit. Het neemt ons tevens mee naar de oorlogsverschrikkingen van het jaar 1914. Ravel verlangt van zijn drie spelers qua virtuositeit het uiterste, met name in de Finale en het Coda. Het Pianotrio duurt ca 30 minuten. Na het voltooien van het Pianotrio nam de componist dienst in het Franse leger, eerst in de verpleging daarna als vrachtwagenchauffeur.

Tien jaar eerder dan het Pianotrio voltooide Ravel zijn Strijkkwartet. Hij was toen 28 jaar. Weer 10 jaar eerder, in 1893 schreef zijn collega Claude Debussy (1862 – 1918) het vermaarde Strijkkwartet in g mineur. De opzet van de twee kwartetten ligt dicht bij elkaar, doch muzikaal zijn er verschillen. Gezegd kan worden dat het Strijkkwartet van Ravel negentiende-eeuws klinkt en dat het daarom misschien melodischer aandoet dan het kwartet van zijn collega Debussy, die overigens Ravels kwartet zeer bewonderde. Debussy schreef: In naam van de muziekgoden verander geen noot aan je kwartet…

RAVEL TRIO EN KWARTET NUMMER 724