Ravel – Piano Solo

Hij mag dan wel grootschalige werken hebben geschreven maar het merendeel van zijn composities was vanuit de piano gedacht. De Fransman Maurice Ravel (1875 – 1937) was in hart en nieren pianist. Op zevenjarige leeftijd ontving hij zijn eerste pianolessen. Hij werd samen met landgenoot Claude Debussy (1862 – 1918) de belangrijkste Franse componist van het moderne tijdvak.

Hier volgen enkele van zijn meest succesvolle werken voor piano solo.

In 1895 componeerde Maurice Ravel het pianowerk Menuet Antique. Het was zijn eerste gepubliceerde werk en werd opgedragen aan Ricardo Viñes , die tevens de première verzorgde. In 1929 orkestreerde de componist het werk.

In 1899 verscheen een van Ravels meest geliefde composities, Pavane pour une infante défunte. (Pavane voor een overleden prinses). Hij gebruikte hier, zoals hij vaak deed, een dans (pavane) als grondslag voor zijn compositie. Tien jaar later maakte hij een bewerking voor symfonieorkest. Pavane is van oorsprong een langzame statige hofdans in een tweedelige maatsoort. Ravel componeerde eveneens een pavane in zijn Ma Mère l’Oye.

Ravel was leerling van Gabriel Fauré (1845 – 1924) toen hij Jeux d’eau (1901) componeerde. Zijn inspiratiebron was het geluid van water zoals stromende beken en watervallen. Hij droeg het impressionistische pianowerk op aan zijn leermeester. Ravel kwam op het idee door een soortgelijke compositie van Franz Liszt (1811 – 1886) getiteld Jeux d’eau à la Villa d’Este.

In 1905 kwam de pianocyclus Miroirs (Spiegels) gereed. Het 5delige werk werd opgedragen aan een vooruitstrevende (impressionistische) groep jonge kunstenaars waarvan Ravel ook deel uitmaakte. De première werd gespeeld door de vooraanstaande Spaanse pianist Ricardo Viñes. Elk deel schreef Ravel toe aan een lid van de groep. Enkele delen werden later door de componist georkestreerd.

In 1908 voltooide Ravel het pianowerk Gaspard de la nuit naar het gelijknamige boek van de Franse dichter Aloysius Bertrand (1807 – 1841). Het boek wordt inmiddels beschouwd als een hoogtepunt in klassieke Franse literatuur. Ravel gebruikte drie gedichten in zijn pianowerk: Ondine – Le Gibet – Scarbo. Stuk voor stuk qua techniek moeilijke stukken met op de achtergrond een macaber verhaal.. Gaspard, een geheimzinnig mysterieus persoon, zou je de bewaker van de nacht kunnen noemen.

Ravel componeerde in 1908 de pianosuite vierhandig Ma Mère l’Oye (Moeder de gans). Hij schreef het werk voor twee jonge kinderen van vrienden. In 1910 werd het voor het eerst opgevoerd in Parijs. Twee jaar later bewerkte Ravel het voor orkest als balletmuziek. Het stuk duurt ongeveer 20 minuten, waarvan het eerste deel nog geen 2 minuten. De vijf delen zijn: La pavane de la belle au bois dormant. (Uit Doornroosje) – Petit Poucet. (Klein duimpje) – Laideronnette, Impératrice des -Pagodes (Keizerin van Pagades) – Les Entretiens de la Belle et de la Bête (Uit Belle en het beest) – Le jardin féerique (Uit Doornroosje)

Valses nobles et sentimentales is een pianosuite uit 1911 bestaande uit acht walsen. Een orkestversie verscheen in 1912. Het werk kan gezien worden als een eerbetoon aan Franz Schubert (1797 – 1828). Het werk werd opgedragen aan de Franse pianist en componist Louis Aubert (1877 – 1968) die tevens voor de première zorgde. Ravel laat verschillende stijlen (eclectisch) in het werk horen, van impressionistisch tot super modern. Hetgeen tijdens de première negatieve reacties opriep. De suite duurt ongeveer 15 minuten

De pianosuite Le Tombeau de Couperin uit 1917, kijkt terug naar de barokstijl van François Couperin (1668 – 1733), met name bekend van zijn klavecimbelmuziek. Het woord ‘Tombeau’ is een muzikale hulde aan een gestorven meester. Het stuk is een eerbetoon aan de grote vroegere componist Couperin. Er worden dansritmen toegepast uit de zeventiende en achttiende eeuw. Anderzijds herdenkt Ravel zes kameraden die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden. Oorspronkelijk bestaat Tombeau de Couperin uit zes pianostukken. Later zou Ravel er vier van instrumenteren voor symfonieorkest.

La valse (1920) wordt beschouwd als een eerbetoon aan de Weense wals. Toch zijn er nog genoeg mensen die menen dat het stuk een muzikale schildering is van een stervend Wenen. De choregrafe Ida Rubinstein verzorgde een balletenscenering voor het werk. Volgens de componist beeldt het eerste tafereel de geboorte van de wals uit. Het tweede deel laat ons zwevende dansparen zien van het Wenen van Johann Strauss en zijn familie. Het derde deel is een keizerlijk dansfeest waar niemand zich kan onttrekken aan het wals ritme. Als het hoogtepunt bereikt is stort de wals ineen. De eerste uitvoering was in december 1920 te Parijs. De versie voor 2 piano’ s was al enige tijd eerder uitgevoerd. Ravel droeg La valse op aan een vriendin, genaamd Misia Sert. Een bekende musicoloog over het fascinerende stuk: ‘Het is niet zo maar een wals, het is een wals over walsen, een wals die over zich zelf heen walst…’. Er bestaat ook een versie voor 1 piano.

RAVEL PIANO SOLO NUMMER 781