Mozart – Zauberflöte

De film Amadeus uit 1984 geeft ons een aardig beeld van Mozart (1756-1791) als wonderkind, Mozart aan het hof, zijn conflicten met de componist Sallieri, en de periodes waarin hij de opera Die Zauberflöte en het Requiem maakte. Een aanrader deze film, die zeker nog in de meeste bibliotheken gehuurd kan worden!

De unieke opera Die Zauberflöte KV 620, ook wel een singspiel genoemd, kan men op twee manieren beluisteren: als een gezongen sprookje met louter fraaie melodieën en een aardig verhaal, of in het licht van de Vrijmetselarij, waar Mozart lid van was. De componist vermengt ernst met vrolijkheid en fantasie met realiteit. Hij doet dit op grandioze wijze met een schat aan melodieën en aria’s. Sommige bronnen noemen Die Zauberflöte de eerste musical in de muziekgeschiedenis. Het werk kwam in 1791 tot stand, het sterfjaar van de componist. KV 621, het Requiem, werd zijn laatste werk.

Als het doek op gaat, maken we kennis met de vrolijke vogelhandelaar Papageno die de aria zingt: Der Vogelhändler bin ich ja. De koningin van de nacht beklaagt zich over de ontvoering van haar dochter en ziet in prins Tamino (en Papageno) de bevrijder van haar dochter die volgens haar opgesloten zit bij de opperpriester Sarastro. Zij zingt dit in de aria: O zittre Nicht, mein lieber Sohn. De twee bevrijders worden met betoverde muziekinstrumentjes het bos ingestuurd. Sarastro, de tempelkoning, blijkt geen valserik te zijn. Hij zingt zijn beroemde aria In diesen heiligen Hallen. Overige ariahits in deze opera: Zum leiden bin ich auserkoren, Bei Männern, Es lebe Sarastro, Der hölle Rache, Tamino mein en Pa pa pa.

MOZART ZAUBERFLÖTE NUMMER 054