Wagner – Götterdämmerung

Richard Wagner werd in 1813 in Leipzig geboren, hij stierf in 1883 in Venetië. Het meest bekend is Wagner van zijn Opera’s die hij zelf Muziekdrama’s noemde. Behalve de muziek, schreef hij ook de teksten en had hij ideeën over decors en andere zaken. Werken van hem worden daarom ook wel betiteld met Gesamtkunstwerk. In de Beierse stad Bayreuth werd een theater gebouwd. Dit Festspielhaus was speciaal bedoeld voor de uitvoeringen van zijn grootschalige opera’s.

Wagner was politiek actief en hield zich op met revolutionairen en anarchisten. Het is bekend dat hij niets op had met joden. In 1850 zocht hij asiel in Zwitserland waar hij de gehuwde en schatrijke Mathilde van Wesendonck ontmoette.

In de jaren tussen 1850 en 1875 schreef Wagner zijn Ring des Nibelungen. Het betreft een opera-cyclus in vier delen. De vier opera’s kunnen los van elkaar opgevoerd worden. Maar bijvoorbeeld het operahuis in Bayreuth streeft er naar de vier opera’s op vier opeenvolgbare avonden te laten spelen.

De vier opera’s zijn Das Rheingold – Walküre – Siegfried – Götterdämmerung. In 1876 beleefde de Ring onder leiding van dirigent Hans Richter haar première in het Festspielhaus. 

Het vierde deel, Götterdämmerung, is het laatste deel uit Wagners operacyclus de Ring des Nibelungen. Het opent met een lange ouverture (voorspel). Daarna volgen drie bedrijven. Het stuk dat zich afspeelt in de laatste nacht is een en al treurnis. Dramatische gebeurtenissen volgen elkaar op tot de val van de held Siegfried. Er wordt bevolen een brandstapel op te richten waarop de dode Siegfried gelegd wordt. De ring wordt eveneens in het vuur geworpen en wordt van haar vloek bevrijdt.Oorspronkelijk zou de titel Siegfrieds Dood geheten hebben.

Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.

WAGNER GÖTTERDÄMMERUNG NUMMER 964

Nota bene

De schrijfster Mathilde Wesendonck (1828 -1902) was een bewonderaarster van Richard Wagner. Tijdens het componeren van Tristan und Isolde werd zij rond 1850 zijn muze. Mathilde was gehuwd met Wagners beschermheer, de industrieel Otto Wesendonck. Tijdens hun relatie woonde Wagner als politiek vluchteling in Zwitserland. Hij vertoefde daar vanaf 1849 als banneling samen met zijn echtgenoot Minna.
Wagner componeerde voor Mathilde, op vijf gedichten van haar hand, de liedcyclus Wesendoncklieder Toen Wagners vrouw Minna ontdekte dat haar echtgenoot haar ontrouw was verbrak zij het huwelijk.