Beggars Opera
De Beggars’s Opera is een satirisch toneelstuk met muziek uit 1728 dat een enorme invloed had op de ontwikkeling van het muziektheater of musical. Het stuk werd gecomponeerd door Johann Chr Pepusch en John Gay. Deze laatste schreef de tekst en gebruikte bestaande populaire volksliedjes en bekende melodieën.
Het stuk, want een opera kun je het nauwelijks noemen beleefde haar première in 1728 en was een gigantisch succes. In feite was de ironische Beggar’s Opera, ook wel een balladopera genoemd, een persiflage op de gewone, de conventionele opera. Door de beledigingen aan het adres van toenmalige ministeries werd het stuk Polly, een vervolg op de Beggar’s Opera door de overheid verboden.
De Beggar’s Opera was eveneens een sarcastische reactie op de toen heersende opera’s. Ook de grote operacomponist Händel werd bespot.
De opera werd niet bevolkt door, zoals gewoonlijk godsdienstige figuren, koningen, keizers, aristocraten of notabelen maar door mensen uit de laagste bevolkingsklassen. Criminelen werden opgevoerd als helden. In de opera wordt vooral veel gesproken. Er zijn veel dialogen, die met zo’n 70 deuntjes en liederen worden afgewisseld.
In 1928 verscheen de Dreigroschenoper (Driestuiversopera), eveneens een toneelstuk of een balladopera met een twintigtal liedjes. De makers waren Kurt Weill en Bertolt Brecht. Het verhaal speelt zich af in een Londense achterbuurt waar veel gespuis woont. Het werk is een gemoderniseerde versie van de Beggarsopera. (Lees ook nummer081)
Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.
BEGGARS OPERA NUMMER1032
Nota bene
Het verhaal van de Beggar's Opera volgt Macheath ( Mackie Messe) een charmante maar gewetenloze rover en vrouwenversierder die trouwt met Polly de dochter van een beruchte heler. Haar ouders willen hem laten arresteren om van hem af te komen en hun rijkdom te redden.
Macheath wordt gevangengenomen maar hij ontsnapt. Hij keert terug achter de tralies doordat Lucy, de dochter van de gevangenisdirecteur hem heeft verraden. Lucy was een van zijn vele liefjes.
Terwijl Machheath op de doodstraf wacht komt er een onverwachte wending: de bedelaar (de verteller van het stuk) en schrijver van een opera, besluit in te grijpen en geeft het stuk een happy end, waarbij Machheath wordt vrijgesprken.
Het geheel is een satire op de toenmalige opera.