Beethoven – Leonore

De Duitser Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) componeerde slechts één enkele opera, Leonore 1805, later omgedoopt tot Fidelio (1815). In de periode tussen 1805 en 1810 was Beethoven uitgegroeid tot een volwaardig componist. Zo schreef hij behalve de opera Leonore, de symfonieën 4, 5, en 7, pianoconcerten, ouvertures en kamermuziek. In 1806 trad zijn doofheid in. De meester was geboren in Bonn, maar woonde in Wenen.

De Italiaan Ferdinando Paër (1771 -- 1839) componeerde eerder in 1804 een opera Leonore. In 1798 componeerde de Fransman Pierre Gaveaux (1761 -- 1825) eveneens een Leonore. Beide opera’s waren succesvol. De premiere van Beethovens Leonore in 1805 had nauwelijks aandacht, laat staan succes. Critici raadde de componist aan de opera te herzien. Pas in 1814 kwam een herziene opera tevoorschijn, welke Beethoven omdoopte in Fidelio. Opmerkelijk is het dat de opera Leonore maar liefst drie ouvertures kent.

De opera gaat over Leonore die zich vermomt als man onder de naam Fidelio binnen de gevangenismuren weet te dringen. Daar probeert zij haar man Florestan op te zoeken die als politiek gevangene onder barbaarse omstandigheden onschuldig zit opgesloten in een onderaardse kerker. De verantwoordelijke voor deze eenzame opsluiting is gouverneur Don Pizzaro, deze laatstgenoemde koopt de cipier Rocco om, om Florestan te doden voordat een minister een bezoek brengt aan de gevangenis. Rocco en de vermomde Leonore gaan in het onderaardse op zoek naar een geschikte plek voor het graf. Als Leonore haar reeds ijlende man ziet brengt zij hem een brood en wijn. Dan komt de gouverneur beneden om Florestan aan het mes te rijgen. Op het juiste moment springt Leonore met een pistool tussen beide en maakt zich bekend. De minister arriveert en laat de gevangenen vrij.

 Hoogtepunten: Mir ist so wunderbar, Kom Hoffnung, O welche Lust, O namenlose Freude en Wer ein holdes Weib errungen.

BEETHOVEN LEONORE/FIDELIO NUMMER 633