Britten – Young person’s guide to the ochestra

Benjamin Britten (1913 – 1976) groeide op in de Engelse havenplaats Lowestoft. Van zijn moeder kreeg hij zijn eerste muzieklessen. Als kind maakte hij zijn eerste muziekwerkjes. Geholpen door zijn moeder componeerde hij tussen zijn negende en twaalfde jaar wijsjes en liedjes die hij later in zijn Simple Symphony opus 4 (1933) zou verwerken. Ook maakte hij toen al walsen voor piano en een reeks orkestliederen.

Jaren later vestigde hij zich met zijn partner, de zanger Peter Pears (1910 – 1986) in het kustplaatsje Aldebourgh. Vanaf 1948 organiseerden de twee toonkunstenaars er jaarlijks muziekfestivals. Tegenwoordig noemt men Benjamin Britten de grootste Engelse componist sinds Henri Purcell (1659 – 1695). Britten heeft een belangrijk deel van zijn bekendheid te danken aan zijn muziekwerken die gekoppeld zijn aan teksten. Zo schreef hij vijftien opera’s en andere muziekdramatische werken.

In 1945 werd de tweehonderdvijftigste verjaardag herdacht van het overlijden van de Engelse componist Henri Purcell (1659-1695). Benjamin Britten was een groot bewonderaar van Purcell. Van het ministerie van Onderwijs kreeg hij de opdracht muziek te schrijven bij een film die speciaal voor het onderwijs bedoeld was. De titel zou moeten zijn: ‘De instrumenten van het orkest’.

Britten gebruikte hiervoor een thema van zijn voorganger Henri Purcell en maakte dertien variaties waarin verschillende instrumenten- (groepen) aan bod komen. Tegenwoordig kennen wij het werk als The Young person’s guide to the orchestra en niet onder de officiële naam: Variaties en fuga over een thema van Purcell. Het stuk wordt gelukkig nog regelmatig uitgevoerd. Vaak is er dan een verteller bij aanwezig die de instrumenten en instrumentengroepen aan de jeugd uitlegt. In 1946 was de premiere zowel in de concertzaal als in de bioscoop.

BRITTEN YOUNG PERSON’ S GUIDE TO THE ORCHESTRA NUMMER 265