Mozart – Strijkkwartetten

Tijdens een huisconcert waar strijkkwartetten van Joseph Haydn (1732 – 1809) werden uitgevoerd en waar zowel vader Leopold Mozart als Haydn zelf aanwezig waren, verklaarde een zeer opgewonden Haydn tegenover Leopold: ‘Voor het aangezicht van God en de gehele mensheid verklaar ik u, en dat zeg ik zonder te overdrijven, dat uw zoon de grootste componist is die ik ken. Hij heeft een sublieme smaak en grandioze kennis van componeren’.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) hield zich vanaf zijn twaalfde jaar tot zijn sterfjaar 1791 bezig met het componeren voor strijkers in kleine bezetting, de zogenaamde kamermuziek. Zijn eerste probeersels in dit genre voor strijkers waren enkele duetten, waarschijnlijk bedoeld voor twee violen. Rond zijn veertiende jaar verschenen zijn eerste strijkkwartetten. Toen Mozart de kwartetten van zijn oudere collega en latere vriend Haydn hoorde, werd hij dusdanig beïnvloed dat hij een aantal kwartetten schreef in de stijl van deze componist.

Mozart componeerde meer dan twintig Strijkkwartetten: Allereerst schreef de toen 16 jarige componist zes Milanese Strijkkwartetten (KV 155 – 160), gecomponeerd tijdens reizen naar Milaan (1772 – 1773). Direct na de Milanese Strijkkwartetten schreef hij in Wenen een nieuwe serie van zes Strijkkwartetten (KV 168 – 173).

Mozart – die Haydn soms aansprak met ‘papa’ – componeerde in de beginjaren tachtig van de achttiende eeuw een zestal Strijkkwartetten die hij opdroeg aan zijn vriend en voorbeeld. Drie beroemde kwartetten uit deze serie Haydnkwartetten zijn: KV 387 in G, KV 458 in Bes (dat vanwege het hoorsignaalthema ook wel het Jachtkwartet genoemd wordt), KV 465 bekend onder de naam Dissonantenkwartet. De zes Haydnkwartetten ontstonden tussen 1782 – 1785.

Na de Haydnkwartetten schreef Mozart in 1786 het Strijkkwartet in D KV 499, bijgenaamd het Hoffmeisterkwartet, dat hij opdroeg aan zijn vriend en muziekuitgever Franz Anton Hoffmeister.

Mozart schreef zijn laatste drie strijkkwartetten in 1789 voor de koning van Pruisen, Frederik Willem II, die zelf een begaafd cellist was. Aanvankelijk was het de bedoeling dat er wederom zes kwartetten zouden komen, maar vanwege de moelijke tijden waarin Mozart op dat moment verkeerde (geldgebrek en onderkenning) kwam dit er niet van. Wel besteedde hij in deze Pruisische kwartetten (KV 575 – KV 589 – KV 590) extra aandacht aan de cellopartij.

MOZART STRIJKKWARTETTEN NUMMER 204