Schubert – Schöne Müllerin

Die schöne Müllerin uit 1823 is de eerste liederencyclus van Franz Schubert (1797-1828). De componist gebruikte hiervoor een twintigtal gedichten van Wilhelm Müller (1794 – 1827). De liederenreeks in zijn geheel vertelt ons over de romantische geschiedenis van een eenzaam mens die voortdurend gesprekken met zichzelf voert. Het was voor de dichter Wilhelm Müller een grote wens dat zijn gedichten op muziek werden gezet. De dichter heeft Die schöne Müllerin niet zelf gehoord. Het heeft tot 1856 geduurd voordat Die schöne Müllerin in zijn geheel werd uitgevoerd. In 1827 componeerde Schubert een tweede liederencyclus Winterreisse, eveneens op gedichten van Müller. Ook deze liederencyclus heeft de dichter Müller nimmer gehoord.

In het eerste lied, Das Wandern, trekt een jongeman de natuur in op zoek naar werk. Hij volgt een beekje waar hij mee in gesprek raakt. De voettocht eindigt bij een molenaar waar hij in dienst treedt. Hij wordt verliefd op de molenaarsdochter en bij de beek gezeten vraagt hij het water of het meisje iets voor hem voelt. In het tiende lied, Tränenregen, zitten de twee bij de beek en voor het eerst heeft het water aantrekkingskracht op de jongen. In dit oer-romantische lied durft de jongen het meisje niet aan te kijken. Hij kijkt slechts naar haar spiegeling in het water. Als zijn tranen kringen maken, stapt het meisje op omdat ze denkt dat het begint te regenen.

Groen, de kleur van de hoop, speelt verder een belangrijke rol in Die schöne Müllerin. De jongen schenkt het meisje het groene lint van zijn luit. Maar groen is ook de kleur van de jager die het meisje zal verleiden. De ontroostbare jongen kan tenslotte geen groen meer zien. Hij zou wel alle bladeren van de bomen willen trekken! In het laatste lied, Das Baches Wiegenlied, wiegt het beekje de ontroostbare jongen in slaap zodat hij verdrinkt.

In 1823 werd Schubert ernstig ziek (waarschijnlijk): syfilis wat hij naar vermoeden opliep bij prostituees die hij bezocht onder invloed en uit wanhoop over zijn tegenslagen. Het grootste gedeelte van Die schöne Müllerin werd in het ziekenhuis geschreven.

Het eerste lied uit de liedcyclus:

Das Wandern ist des Müllers Lust,
Das Wandern!
Das muß ein schlechter Müller sein,
Dem niemals fiel das Wandern ein,
Das Wandern.

 

Hertaling van Jan Rot

Het trekken zit mij in het bloed,

Het trekken!

Ik was een slechte molenaar,

als ‘k niet op tijd verlangde naar

vertrekken.

Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.

SCHUBERT DIE SCHÖNE MÜLLERIN NUMMER168

 

 

 

Nota bene

Jan Rot (1957 – 2022) was een hertaler van klassieke meesterwerken. Zo maakte hij een Nederlandse vertaling op de Matthäuspassion van J.S.Bach, de Winterreise en Die Schöne Müllerin van Schubert, Dichterliebe van Schumann, Ein Deutsches Requiem van Brahms en de Kindertotenlieder en Lied von der Erde van Mahler.

Ook hertaalde hij nummers uit de populaire muziek en popmuziek, zoals Tommy van The Who, Angie (Ankie) van de Rolling Stones.
Aanvankelijk was het de bedoeling popmuzikant te worden, echter hits bleven uit.

Trad op als zanger en werkte als columnist bij Muziekkrant Oor. Een geliefde lp van hem is Schout bij nacht. Er is een boek verschenen met de titel Stop de tijd waarin zijn songteksten zijn opgenomen.

Zijn prijzenkast bestond o.a. uit: Annie M.G. Schmidt-prijs (2016) en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (2007)