Svendsen – Oeuvre

Johan Svendsen werd op 30 september 1840 in het toenmalige Noorse Christiana (Oslo) geboren. Hij stierf in 1911 in Kopenhagen, waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht. Svendsen staat te boek als componist, dirigent en violist. Hij is de zoon van een muziekleraar. Deze onderwees hem in het spelen van klarinet en viool. Een weldoener schonk hem een beurs voor het conservatorium in Leipzig. Hij studeerde bij muziekpedagoog en componist Carl Reinecke. Deze had ook de talenten Grieg, Janacek, Albeniz en Bruch onder zijn hoede. Een ziekte aan zijn hand dwong Svendsen het musiceren te minderen en zich toe te leggen op dirigeren en componeren. In 1883 werd hij benoemd tot dirigent van het Koninklijk Theater Orkest in Kopenhagen.

In de zomer van 1884 scheidde hij van zijn eerste vrouw Sarah. Van dit huwelijk gaat het bizarre verhaal dat zijn vrouw tijdens een hevige ruzie het enige exemplaar van zijn zojuist voltooide Symfonie3 in het vuur had geworpen. Jarenlang zette hij geen noot meer op papier.

Svendsen componeerde graag voor grote orkesten of uitgebreide ensembles. In zijn werken zijn invloeden uit de Noorse volksmuziek te horen. Wat betreft orkestreren stond hij bij collega’s in hoog aanzien. De eerste roem die hij vergaarde was echter met kamermuziek, een strijkkwartet, octet en kwintet. Nog regelmatig worden uitgevoerd zijn Symfonie 1 en 2, zijn Vioolconcert en Celloconcert. Zijn meest beroemde werk is Romance voor viool en orkest uit 1881.

SVENDSEN OEUVRE NUMMER 654