Beethoven – Diabelli variaties

In 1823 werd de populariteit van Ludwig van Beethoven (1770 -- 1827) plotseling minder toen in Wenen de opera’s van de Italiaan Rossini (1792 -- 1868) ten tonele verschenen. Rossini gold in dat jaar als topcomponist en troonde zelfs boven Beethoven uit. Maar in 1824 ging Beethovens negende symfonie in première, en stak de stokdove componist weer met kop en schouders boven elke  andere componist uit.

De Oostenrijkse muziekuitgever en componist Anton Diabelli (1781 -- 1858)  had een reclamestunt bedacht om zijn bedrijf wat op te krikken. Aan de gerenommeerde Weense pianisten had hij in 1822 een zelf gecomponeerd thema gestuurd met als opdracht variaties op zijn thema te bedenken. De winnaar werd een aardig geldbedrag in het vooruitzicht gesteld. Een heel stel musici reageerden, waaronder bekende namen als Carl Czerny, het tienjarige Hongaarse wonderkind Franz Liszt, en Franz Schubert (met zijn wals D 718). De meest beroemde pianist uit die tijd, Ludwig van Beethoven, reageerde niet op de prijsvraag. Hij vond het thema onder zijn niveau. Wel nam hij de moeite om een ander gedeelte van het muziekstukje van de ‘amateurcomponist’ Diabelli onder de loep te nemen. Hij componeerde er maar liefst drieëndertig variaties op. Variaties die inmiddels tot de monumenten uit de pianoliteratuur zijn gaan behoren. Geen gangbare variaties maar het lijkt alsof de componist het thema telkens opnieuw interpreteert.

Tijdens de Romantiek en Barok werden er dikwijls klavierwedstrijden gehouden met als inzet wie er het beste het orgel, het klavecimbel of de piano kon bespelen. De deelnemers kregen vaak een thema voorgeschoteld waarop geïmproviseerd moest worden. Thema en variaties werd zodoende een zelfstandige en zeer geliefde compositievorm.

Men vergelijkt de Diabellivariaties van Beethoven wel met de Goldbergvariaties uit 1741 van J.S. Bach. Al twisten muziekliefhebbers er maar al te graag over wat dan wel de ‘beste’ variatiereeks zou zijn…

BEETHOVEN DIABELLI VARIATIES NUMMER 399