Berio – Folksongs

De Italiaan Luciano Berio (1925 – 2003) wordt de belangrijkste naoorlogse componist van zijn land genoemd. Van zijn vader ontving hij compositieles en piano. Op zijn negentiende kreeg hij een ongeluk waarbij zijn rechterhand onbruikbaar werd om verder als uitvoerend pianist op te treden. Na de Tweede Wereldoorlog studeerde hij rechten aan de universiteit en compositie aan het conservatorium. Hij trad eveneens op als orkestlid, adviseur en dirigent bij operaproducties. Later werd hij professor aan de befaamde Julliard School of Music in New York. Hij behoort intussen bij de belangrijkste generatie componisten van de twintigste eeuw.

Berio’s ultramoderne klassieke muziek is vaak gebaseerd op de twaalftoonstechniek, waarbij geen enkele toon belangrijker is dan de ander. Er is dus geen sprake van een grondtoon. De werken doen daarom atonaal aan. Zijn muzikale ideeën probeert Berio vaak te combineren met de traditionele vocale Italiaanse muziek. Ondanks de Avant-gardistische muziektaal weet Berio een groot publiek te bereiken. Ook flirt hij zo nu en dan met de hedendaagse popmuziek.

Berio’s Folksongs voor mezzosopraan en ensemble is een liederencyclus uit 1964. Het werk is een van zijn meest toegankelijke werken en heeft zijn plaats intussen ingenomen tussen de prominente klassieke composities. De songs werden opgedragen aan zijn echtgenote, de zangeres Cathy Berberian. In alle toonaarden wordt de liefde bezongen. Het werk bevat arrangementen van negen traditionele volksliederen uit landen als Armenië, Frankrijk, Italië en Amerika. De liederen worden in verschillende talen vertolkt en zijn zeer origineel en interessant geïnstrumenteerd. In 1973 arrangeerde Berio zijn Folksongs voor groot orkest.

BERIO FOLKSONGS NUMMER 315