Offenbach – Contes d’Hoffmann

Jacques Offenbach (1819 – 1880) was een Frans componist en een uitmuntend cellist van Duitse afkomst. Samen met collega componist Friedrich von Flotow werkte hij in Parijs aan een carrière als componist van komische opera’s (opera comique). Succes kende hij met zijn goed in het gehoor liggende muziek en satirische teksten veelal gemunt op politiek.

Het grote publiek kent Offenbach van zijn Can Can, de uitbundige dans uit zijn opera Orphée aux Enfers (Orpheus in de onderwereld ) uit 1858. Hij schreef meer dan honderd opera’s waarvan Orphée aux Enfers ongetwijfeld één van de beroemdste is. (Er doen verschillende benamingen rond Offenbachs zangspelen. De één spreekt over een operette, de ander over een opera. Orpheus van Offenbach wordt ook wel een theateropera genoemd of een dansopera). Een ander bekend werk van Offenbach is de sublieme opera Les Contes d’Hoffmann (Hoffmanns vertellingen) uit 1881. Het werd Offenbach zijn zwanengang. Bij zijn overlijden was de opera nog onvoltooid.

De meeste zangspelen van Offenbach worden als operette betiteld, hij schreef er een kleine honderd. Echter één werk heeft absoluut het predicaat opera, Les contes d’Hoffmann oftewel Hoffmann’s Erzählungen (al moet gezegd worden dat sommige aria’s operetteachtig aandoen). Drie verhalen van de schrijver E.T.A. Hoffmann waren de inspiratiebron voor deze opera, gecomponeerd door de in Keulen geboren Offenbach. Het is de schrijver Hoffmann zelf die in deze drie verhalen geportretteerd wordt en zowel in de proloog als epiloog de rol van verteller heeft. De inhoud gaat over het verval van de schrijver in drie opeenvolgende liefdesgeschiedenissen, waaronder één met de mechanische pop Olympia. De duivelsfiguur Lindorf maakt de schrijver het leven zuur. De titels van de drie verhalen: Der Sandmann, Rath Krespel, en Das verlorene Spiegelbild.

Geliefde momenten uit de opera: Legende van Kleinzach (ballade) – Olympia’s lied – en vooral de Barcarolle Belle nuit, ó uit d’amour.

OFFENBACH CONTES D’HOFFMANN NUMMER 640