Schubert – Best of

BEST OF SCHUBERT.  Lijst met de meest geliefde composities van FRANZ SCHUBERT (1797 – 1828). De titels en volgorde kwamen tot stand door lezers van klassiekemuziek.tv

  1. Symfonie 9
  2. Tod und das Mädchen
  3. Winterreise
  4. Forellen kwintet
  5. Octet
  6. Schöne Müllerin
  7. Symfonie 8
  8. Rosamunde
  9. Duitse mis
  10. Piano solo

 

1. Symfonie 9. Een monument van hemelse grootheid wordt Symfonie 9 ‘De Grote’, van Schubert genoemd. En inderdaad, je weet niet wat je hoort als je het stuk voor het eerst voorgeschoteld krijgt. Er zit een enorme drive in, een stuk vol levensvreugde. Hoe is het mogelijk zou je zeggen, want hij stierf toen de inkt nog nat was. Luister eens naar de hoorn hoe deze in zijn uppie het stuk opent en hoe de melodie van dit intro door alle delen heen blijft klinken. Als een razende gaat het orkest soms te keer. Waar haalde de doodzieke Schubert de inspiratie vandaan?

2. Tod und das Mädchen. Strijkkwartet in d mineur. Het is sobere en aangrijpende mineurmuziek. Klanken vol leed, spijt en berusting. Maar ook een laatste opwelling van woede. Vooral het tweede deel waarin de vijf variaties beginnen over het lied Der Tod und das Mädchen doet menigeen huiveren. Hier en daar fluisterende, haast breekbare muziek. Het was alsof de meester de dood reeds aanvaard had. Na een tamelijk heftig eerste deel, beginnen de droevige en zeer langzame variaties over Schuberts lied Der Tod und das Mädchen dat hij eerder in 1817 componeerde, waarin een meisje worstelt met de dood, of hoe de dood een meisje verleidt.

3.Winterreise. Zeer aangeslagen waren zijn vrienden door de zwartgallige stemming van de liederen. Wat was er met de kleine meester aan de hand? Winterreise behandelt een onsamenhangende barre reis van een door zijn geliefde verlaten wandelaar die de vrieskou instapt. De gehele natuur lijkt bevroren, net als zijn hart. In het ijs krast hij de naam van zijn geliefde. IJsbloemen op de ramen doen hem verlangen naar de lente. Tenslotte zoekt hij rust op een kerkhof, doch alle plaatsen zijn bezet. In de liedcyclus lijkt de mens op zoek naar zichzelf. In het slotlied Der Leiermann ontmoet de wandelaar de speelman met draailier (de verpersoonlijking van de dood).

4. Forellenkwintet. Dit pianokwintet in A uit 1819 schreef hij voor de volgende bezetting: piano, viool, altviool, cello en contrabas. Het vijfdelige kwintet verdient zijn populariteit met name aan het vierde deel waarin zes variaties op het lied Die Forelle klinken. In Die Forelle (dat Schubert reeds in 1817 had geschreven) zwemt een forel vrolijk spetterend door het water, niet wetende dat een visser hem spoedig aan de haak zal slaan.

5. Octet. In 1824 schreef Schubert het Octet in F. De bezetting: twee violen, altviool, cello, contrabas, fagot, hoorn en klarinet. Men neemt aan dat het werd geschreven als voorbereiding voor zijn Symfonie 9. Het Octet kwam tot stand in dezelfde periode als zijn vermaarde Rosamunde-kwartet en het alom bejubelde kwartet Der Tod und das Mädchen. Tijdens het schrijven van deze meesterwerken leed de componist reeds aan syfilis. Het Octet werd zijn grootste kamermuziekwerk. De zesdelige compositie duurt meer dan een uur. Het werd besteld door de uit Wenen afkomstige klarinet virtuoos Ferdinat Troyer.

6. Die schöne Müllerin uit 1823 is de eerste liederencyclus van Franz Schubert (1797-1828). De componist gebruikte hiervoor een twintigtal gedichten van Wilhelm Müller (1794 – 1827). De liederenreeks in zijn geheel vertelt ons over de romantische geschiedenis van een eenzaam mens die voortdurend gesprekken voert met zichzelf. Het was voor de dichter Wilhelm Müller een grote wens dat zijn gedichten op muziek werden gezet. Het heeft tot 1856 geduurd voordat Die schöne Müllerin in zijn geheel werd uitgevoerd. In 1827 componeerde Schubert een tweede liederencyclus Winterreisse, eveneens op gedichten van Müller.

7. Symfonie 8 in b mineur wordt De Onvoltooide (Die Unvollendete) genoemd, omdat er van dit werk maar twee delen boven water zijn gekomen (of Schubert moet gezegd hebben: ‘Zo is het mooi genoeg.’ )De twee delen zijn allegro en andante. Schubert componeerde Symfonie 8 reeds in 1822, de premiere vond pas plaats in 1865. In de jaren 1825 -27 schreef Schubert misschien wel zijn bekendste symfonie, bijgenaamd de Grote. Deze Symfonie 9 in C majeur beleefde haar premiere in 1840.

8. Rosamunde. Schubert had de gewoonte om eerder gecomponeerde melodieën later opnieuw te gebruiken in een ander werk. In het Strijkkwartet in a mineur uit 1824, het Rosamundekwartet, gebruikte Schubert een thema uit een deel van zijn eerder geschreven orkestwerk Rosamunde. Reeds als jongen van vijftien jaar schreef Schubert strijkkwartetten. Dit soort huismuziek voerde hij samen met zijn broers en vader uit. In totaal zou hij zo’n twintig strijkkwartetten componeren. Het Rosamundekwartet (1824) is ondanks enkele vrolijke passages een droefgeestig werk. Schubert schreef in zijn dagboek: ‘Alles wat ik tot nu toe gemaakt heb, is een product van mijn muzikaliteit en mijn treurige bestaan.’ Met name het tweede deel, het andante is zeer populair. Het betreft enkele variaties over een thema uit zijn toneelmuziek Rosamunde.

9. Duitse mis. Al schreef Schubert niet in de eerste plaats voor God, hij was zich er terdege van bewust dat zijn talenten een geschenk uit de hemel waren. Schubert componeerde zijn eerste mis in 1812, toen hij vijftien jaar was. Zijn twee Grote missen in As (1822) en Es (1827 met daarin het wondermooie Et Incarnatus) zijn meer geschikt voor de concertzaal dan voor de kerk. Zijn Deutsche Messe in F (D872 uit 1827) is eenvoudig van opzet. Het achtdelige werk doet denken aan een koraalmis. Door de eenvoud is de mis een dankbaar werk voor amateurkoren, die het zonder problemen in hun repertoire kunnen opnemen.

10.Piano solo. Het mag een wonder heten dat Schubert ons ondanks zijn ontberingen zoveel moois aan pianomuziek heeft nagelaten. We denken dan met name aan zijn Pianotrio 1 in Bes, zijn Duitse dansen voor piano, de twee bundels Impromptu’s, zijn Moments Musicaux en natuurlijk de Pianosonates nrs. 18 in G, 20 in A en 21 in Bes. Deze laatste sonate componeerde de doodzieke componist in zijn sterfjaar 1828.

BEST OF SCHUBERT NUMMER 999