Widor – Orgelwerken

De Fransman Charles-Marie Widor (1844 – 1937) is als componist vooral bekend van zijn orgelwerken. Hij kreeg zijn eerste orgellessen van zijn vader, een kerkorganist. Zijn grootvader had zijn sporen verdiend als orgelbouwer. Charles-Marie was amper elf jaar oud toen hij zijn vader als organist verving.

De beroemde orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll kan beschouwd worden als de mentor van de jonge organist. Vanaf 1870 was Widor vaste organist van de 17e-eeuwse Parijse kerk Saint-Sulpice met het zeer grote orgel (uit 1862) van Cavaillé-Coll, waar hij ondermeer de orgelmuziek van Bach propagandeerde. Met het bespelen van dit top orgel ontstond tevens een nieuw soort muziek, de orgelsymfonie. Het duurde niet lang of Widor werd overal in Europa gevraagd om orgels te keuren en te bespelen.

Zeer geliefd werden de Orgelsymfonieën van Widor. Hij componeerde er tien. Twee van deze symfonieën kregen bijnamen: De Gotische (1894) en de Romaanse (1898). In deze composities verwerkte hij gregoriaanse thema’s.

Het klinkt ongeloofwaardig, een symfonie voor slechts één instrument. Maar de orgels van Cavaillé-Coll klinken als een volwaardig symfonieorkest, orgels met een warme klank, met een keur aan timbres en mogelijkheden om een crescendo of diminuendo uit te voeren.

Bij veel orgelliefhebbers geldt de Toccata uit Orgelsymfonie 5 (1879) als zijn belangrijkste compositie. Geliefd is ook zijn Symfonie 3 opus 69 voor orgel en orkest.

WIDOR ORGELWERKEN NUMMER 656