Antheil – Jazz-symfonie

De Amerikaans Avant-gardist George Antheil (1900-1959) deed in Parijs in de jaren twintig van de twintigste eeuw behoorlijk van zich spreken als anti-romanticus. Shockeren deden er meer in die tijd, maar Antheil ging soms zo erg te keer dat het Europese publiek zich ernstige zorgen moet hebben gemaakt over het culturele leven in Amerika. Als pianist voerde hij Chopin en Mozart uit, maar na de pauze barste hij los met eigen composities die overwegend ruig, mechanisch, luid, en bandeloos waren. Alles dus wat tegen een verfijnde smaak inging.

Antheil had zich de woede van veel muziekliefhebbers al op de hals gehaald door naast normale instrumenten ook deurbellen, autoclaxons, aambeelden en vliegtuigpropellers te gebruiken (onder andere in zijn Ballet mechanique). En in zijn pianostukken komen passages voor die met de vuisten gespeeld dienen te worden.

De eerste versie van de Jazz-symfonie ontstond tussen 1922 en 1925 en werd geschreven voor tweeëntwintig zwarte musici. In de jaren vijftig herschreef Antheil het stuk voor normaal symfonieorkest.

In de Jazz-symfonie is niets over van de ruwe Antheil. Alles is keurig tonaal, of het hier om echte jazz gaat, valt te betwijfelen. Er is een parallel te trekken tussen Antheils Jazz-symfonie en de Jazz-suites van Sjostakovitsj die eveneens weinig met de echte jazz van doen heeft. In Amerika schreven de critici zelfs dat Antheil de mensen aan het bedonderen was, want van jazz had hij echt geen verstand! Antheil veroorzaakte zelfs een schandaal met zijn jazzsymfonie.

In de jaren 20 van de twintigste eeuw was het mode om jazz te vermengen met klassiek. Voorbeelden zijn Gershwin, Strawinski, Hindemith, Ravel, Milhaud.

ANTHEIL JAZZSYMFONIE NUMMER 443