Gounod – Faust

Charles Gounod (1818 – 1893), een geboren en getogen Parijzenaar, overwoog aanvankelijk om priester te worden. Gewoonlijk droeg de componist een toga. Zijn ouders waren kunstenaars. Vader was kunstschilder, moeder pianiste. Van zijn moeder ontving hij de eerste pianolessen. Op 18 jarige leeftijd begon hij aan zijn conservatoriumopleiding. Drie jaar later won hij de Prix de Rome. Hij verhuisde naar de Italiaanse hoofdstad en hield zich met name bezig met het bestuderen van muziek van de oude meesters, vooral met dat van Palestrina. Terug in Parijs werkte hij als kerkorganist en woonde in een klooster.

Van zijn hand verschenen zowel kerkelijke als wereldlijke werken: Liederen, Koralen, Motetten, Missen, Toneelmuziek, Symfonische muziek e.a. Een zeer geliefd lied is het Ave Maria, dat oorspronkelijk een Prelude van Johann Sebastian Bach is (in C uit het Wohltemperiertes Klavier). Een groot succes had Gounod met een van zijn eerste opera’s, Faust uit 1859. Het libretto is gebaseerd op het 16e eeuwse volksverhaal over de man die zijn ziel aan de duivel verkoopt. In totaal schreef Gounod zestien opera’s, waaronder Romeo et Juliette 1867 en Le Tribut de Zamora uit 1881.

Faust is oud en twijfelt aan de zin van het leven. De duivel biedt hem, in ruil voor zijn ziel, een leven vol rijkdom, geluk een jeugd aan. Faust wordt verliefd op het mooie meisje Marguerite, dat echter al bezet is. Faust verwent Marguerite met sieraden en weet haar tenslotte zover te krijgen dat er iets moois tussen de twee ontstaat. Het arme meisje weet zich na haar ontrouw geen raad en zoekt troost in de kerk. De duivel maakt haar het bidden onmogelijk. De broer van Marguerite verneemt dat zijn zus zwanger is en daagt Faust uit voor een duel. Geholpen door de duivel doorboort Faust zijn tegenstander, die stervend zijn zus vervloekt. De krankzinnigheid slaat bij Marguerite toe. Faust is van nu af aan geketend aan de duivel. Marguerite zit in de gevangenis. Zij heeft haar kind vermoord en wacht op het schavot. Als Faust haar opzoekt, herkent zij hem niet. Hulpeloos smeekt hij zijn geliefde om tot de werkelijkheid terug te keren. Even lijkt het er op dat zij hem herkent, maar helaas. Ondanks dat de duivel haar vervloekt heeft, wordt ze toch in het rijk der engelen opgenomen.

Hoogtepunten: A moi les plaisirs, Salut!, Demeure chaste et pure, Ah Je ris de me voir, Gloire Immortelle, Le veau d’or, La valse, en Anges purs anges radieux.

GOUNOD FAUST NUMMER 275