Ketting – Time machine

Van origine is de Nederlander Otto Ketting (1935 – 2012) trompettist. In die hoedanigheid was hij orkestmusicus bij het Residentie Orkest uit Den Haag. Ketting ontving de eerste compositielessen van zijn vader Piet Ketting, die als leraar compositie verbonden was aan het conservatorium van Den Haag. In de jaren zestig van de vorige eeuw studeerde hij compositie in München bij Karl Hartmann. In de jaren zeventig vervulde hij functies als compositieleraar aan de conservatoria van Rotterdam en Den Haag.

Aanvankelijk componeerde Otto Ketting zoals zijn meeste tijdgenoten en speelde de atonaliteit, geïnspireerd door componisten uit de Tweede Weense school (Schönberg, Webern en Berg), een grote rol. Echter in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kregen zijn stukken meer tonaliteit. Jazz en minimale muziek deden hun intrede, en ook Ketting paste deze muzieksoorten in zijn werken toe. Een voorbeeld hiervan is zijn Symfonie voor saxofoons en orkest uit 1978. Ook schreef hij, om het plezier van het muziek maken te bevorderen, naar ensembles en muzikanten toe.

De Time machine voor orkest uit 1972 bevat veel koper en viel zowel nationaal als internationaal in de prijzen. Het werd gecomponeerd voor het Nederlands Blazers Ensemble, het was jarenlang het meest gespeelde orkestwerk van een Nederlandse componist. Ketting componeerde zes Symfonieën. Nog dikwijls wordt uitgevoerd Intrada voor trompet of hoorn. Verder kan nog genoemd worden zijn muziek voor films van cineast Bert Haanstra. Voor de opening van het nieuwe muziektheater in Amsterdam, de Stopera, in 1986 componeerde hij de opera Ithaka.

KETTING TIMEMACHINE NUMMER 464